Auteur Topic: Wekke - foto's en verslagen  (gelezen 217938 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Offline wekke

  • Berichten: 2630
  • Geslacht: Man
Re: Wekke - foto's en verslagen
« Reactie #660 Gepost op: dec 28, 2018, 16:04:25 »
Leuk verslag weer, alleen bovenstaande zinsnede begrijp ik niet helemaal ;)

Leuk voor jullie maar het maakte de partij wel helemaal dood :-)
We schrokken er trouwens van dat Willem II een vol uitvak met zich meebracht naar Emmen. Als ik ik jullie aantallen zo zie op Dutch Awaydays dan doet Willem II het echt wel goed. Was dat altijd het geval of zit de club in de lift?

Offline Koning Kriel

  • Berichten: 1129
  • Geslacht: Man
Re: Wekke - foto's en verslagen
« Reactie #661 Gepost op: dec 28, 2018, 16:14:20 »
Vooral uitwedstrijden zijn populair. Thuis laten we een hele kleine stijging zien maar dat is afgezet tegen een daling bij de meeste clubs wel weer netjes. Komt vooral doordat we het reizen naar uitwedstrijden als supporters zelf regelen waardoor het vaak erg gezellig is. Bij veel clubs regelt de club het en moet je blij zijn wanneer je twee biertjes kan kopen.

Offline wekke

  • Berichten: 2630
  • Geslacht: Man
Re: Wekke - foto's en verslagen
« Reactie #662 Gepost op: dec 28, 2018, 16:39:03 »
Clubs die alles zelf regelen en de combinatie met alle restricties maken die uitwedstrijden natuurlijk een pak minder interessant. Op dat vlak is het hier in België wel leuker. Al die verschillende supportersclubs met hun eigen stamkroeg die de verplaatsingen zelf regelen. Ik heb dan ook altijd de indruk dat er hier een hoger gemiddelde aan uitfans is dan in Nederland.

Offline wekke

  • Berichten: 2630
  • Geslacht: Man
Re: Wekke - foto's en verslagen
« Reactie #663 Gepost op: apr 09, 2019, 20:21:20 »
Hoe zou het nog zijn met forumlid Wekke en K. Lyra Lierse? Goed met beiden, dank u. Door tijdsgebrek is het alweer van december geleden dat ik nog eens een blogverslag kon schrijven. Hoe langer die periode duurde, hoe meer ik ging inzien dat een langere tussenpauze beter is om nog eens dieper in te gaan op bepaalde onderwerpen. Bij deze geef ik met plezier nog eens een stand van zaken.

Sportief gezien schoot Lyra Lierse als een komeet de hoogte in. The sky was the limit en iedereen zag de club als dé uitdager van KVK Tienen, maar lang duurde dat sprookje niet. De verliespartijen stapelden zich op en de moraal zakte tot onder het vriespunt. Wanklanken over de mindere sportieve prestaties weerklonken wel eens, maar de steun primeerde. De sportieve kelk moest wel tot de bodem worden geledigd. De heenronde werd afgesloten met een 1 op 15. De terugronde werd dan weer aangevat met 3 gelijke spelen en een verliesbeurt tegen Sint Lenaarts. Het bracht de teller op een schamele 4 op 27. Te weinig voor een ambitieuze club die eindronde als doel voorop stelde. Daar waar het bij K. Lierse S.K. op zulke momenten homeless was, bleef nu iedereen rustig. Promoveren we dit jaar niet dan is dat maar zo. Die gedachtengang loonde. Overwinningen tegen Esperanza Pelt en Helson Helchteren plus een gelijkspel tegen Eendracht Termien zette Lyra Lierse weer steviger in de top 4. En veel belangrijker, de ploeg kon met een positief gevoel het mooiste drieluik van de competitie aanvatten: Nijlen away, Racing Mechelen thuis, Zwarte Leeuw away. Sportief alle drie eerder laagvliegers, extra-sportief enorm belangrijk.

Je kan als club wel de ambitie hebben om aan supportersparticipatie te doen, maar daarvoor heb je natuurlijk wel een achterban nodig. De allereerste thuiswedstrijd tegen KVK Tienen was met bijna 2.000 toeschouwers geen realistische weergave. Het was afwachten wat het restant van de competitie zou brengen en dan meer bepaald de eerste winterse grillen en de eerste verliesbeurten. Na 26 wedstrijden durf ik zeggen dat er een gemiddelde basis is van 800 tot 1.000 toeschouwers bij thuiswedstrijden en een 350 supporters bij uitwedstrijden. Maar er zit duidelijk nog groeimarge op de aantallen. Het zullen nooit de aantallen zijn die werden behaald bij de Lierse Sportkring en we zullen ook niet de 4.000 toeschouwers die nu op ’t Lisp zitten benaderen. Daar moeten we realistisch in zijn. Toch merken we dat er veel interesse is van mensen die voordien helemaal niets met Lierse te maken hadden. Het hele Oldschool gebeuren lijkt mensen aan te spreken en dan heb ik het niet alleen over groundhoppers of platforms à la In de Hekken. Meer en meer mensen lijken het overaanbod aan voetbal op tv, de dure ticketprijzen, alle regeltjes, … grondig beu te zijn. Ticketje kopen aan de kassa voor een matchke in een oubollig stadion. Pintje in de hand al keuvelend naar de wekelijkse pyro kijken. Amateurvoetbal zit in de lift als je een bepaalde cultgehalte of een duidelijke visie kunt aanwenden.

Het valt wel af te wachten hoe lang Binnenlandse Zaken zich nog afzijdig gaat houden. Het veroordeelde afgelopen week al de pyro beelden van Neeroeteren en ook Willebroek kreeg al de volle laag. Ik begin meer en meer te vrezen dat men de Belgische voetbalwetgeving tot in 4e provinciale gaat doorvoeren. De discussie over het al dan niet toestaan van pyrotechnische materialen ga ik hier niet voeren. Wél laten we bij Lyra Lierse al een heel seizoen zien dat je beter alle belachelijke regeltjes de vuilbak in kan gooien. De heenronde was vaak een kwelling: het tegenhouden van bussen (KRC Mechelen) en het onnodig scheiden van vakken (oa Bilzerse Waltwilder, Leopoldsburg, Helson Helchteren) tot het inzetten van drones (Leopoldsburg). De terugronde is meer en meer een overwinningsronde aan het worden. De politie en de tegenstanders lieten hun wantrouwen varen. Het aantal incidenten kan men terugbrengen op nul. Al probeerde Eendracht Termien wel te rellen in Berlaar. Ze kwamen van een kale reis terug want er waren géén gegadigden die op de avances wensten in te gaan.

Het hele oldschool gebeuren aanbieden aan een breder publiek zonder al te veel restricties en zo weinig mogelijk incidenten. Dat was het gevoel bij de start van dat drieluik aan streekderbies. Bij zulke wedstrijden win of verlies je toeschouwers en potentiele fans. Voor de fans die er al waren, kwam er goed nieuws vanuit het stadsbestuur. De site van de Hoge Velden is goedgekeurd en wordt ter beschikking gesteld voor de jeugdteams. Voorts heeft Lyra Lierse de toestemming om er een stadion te bouwen als het dit zelf financiert. Supporters krijgen ook zeggenschap in het stadionontwerp. De terugkeer naar Lier was altijd één van de paradepaardjes en dat lijkt er nu dus van te komen. Gisteren (03-04-2019) was er nog de volledige uiteenzetting van het plan en de site zou binnen drie jaar klaar moeten zijn. Daarbovenop lijkt de structuur voor de supportersparticipatie en de 50+1 regel vorm te krijgen. Meer info zouden we daaromtrent binnenkort moeten krijgen. De toekomst oogt goed. Al kijken we nog steeds met wat argwaan naar die andere club, de Lierse Kempenzonen.

De minachting naar elkaar lijkt wat te zijn gaan liggen, maar de manier waarop alle elementen van KLSK (logo, stadion, …) werden opgekocht en nadien misbruikt, blijft toch een slechte nasmaak bieden. Op 6 maart 2019 moest dat allemaal even plaats ruimen. 113 jaar voordien werd de Koninklijke Liersche Sportkring geboren. Voor die ene dag werden er gezamenlijk herinneringen opgehaald en de Sportkring herdacht. Een dag later ging ieder weer zijn eigen weg. Om het nalatenschap van de Sportkring langs alle zijdes te beschrijven, wilde ik dan ook het weekend erop zowel Lyra Lierse (thuis tegen Termien) als Lierse Kempenzonen (Rupel Boom uit) bezoeken. De weergoden beslisten er anders over en de wedstrijd in Boom werd afgelast. Ondertussen is de interesse om Kempenzonen te bezoeken (bij een uitwedstrijd en niet in het uitvak wel te verstaan, want op t Lisp zien ze me niet meer) weer gaan liggen. Vandaag ontsloegen ze dan weer hun 4e trainer sinds hun ontstaan. Ik denk nog steeds dat het daar ooit weer als een kaartenhuis in elkaar gaat zakken dus geef mij dan maar de visie rond Lyra Lierse. Een burenruzie zal het voorlopig wel blijven.

En zo zijn we terug bij Lyra Lierse en de streekderbies die op het programma stonden. Beginnen deden we in Ophoven tegen Nijlen. Enkele jaren voordien was ik al eens te gast bij KFC Nijlen en ik herinner me nog hoe gezellig ik dat terrein vond. Het is wat zoeken naar de ingang waarna je direct op een grote kantine botst. Aan de overzijde staan 3 verschillende tribunes naast elkaar. De rest van het geheel wordt afgemaakt door een hoge haag. Het oogt allemaal compact. Toch jammer dat Nijlen er na dit seizoen vertrekt. Voor Lyra Lierse was de verplaatsing naar Nijlen uiteraard de kortste van het seizoen en dat was goed te zien aan het ‘stadion’. Het was lekker druk in Ophoven met een kleine 1.000 toeschouwers en de sfeer zat er goed in. Op het veld swingde de ploeg mee op de muzikale tonen van de uitsupporters. Na een studieronde van tien minuten was het Peffer die de 0-1 binnenduwde. Even later verdubbelde Flebus de score. Er waren kansen langs beide zijdes om de score nog te doen oplopen, maar het bleef bij een 0-2 ruststand. In de tweede helft was het al Lyra Lierse dat de klok sloeg. Met snel combinatievoetbal sneed Lyra Lierse als een mes door boter door de Nijlense linies. Het resulteerde al snel in de 0-3 van Lambreghts. Chapeau wel voor Nijlen. Dat bleef proberen om aanvallend voetbal te brengen en dat leverde de ene na de andere aanvalsgolf op. In de 66e minuut kwam de thuisploeg dan ook op 1-3. Nijlen kwam nog aanzetten, maar het was vooral Lyra Lierse dat nog een karrevracht aan kansen verkwanselde. De 3 punten waren wel een feit.

Een week later maakte Berlaar zich op voor de komst van Racing Mechelen. Ik denk dat elke Lyra Lierse supporter deze fixture omcirkelde in zijn agenda. Lier versus Mechelen, het is en blijft beladen ongeacht of het nu om YRKV of KRC gaat. Iedereen stond dan ook op scherp. YBA bereidde een prachtige tifo voor, de club introduceerde een online ticketingsysteem en er was een pre-match party die ervoor zorgde dat het drie uur voor de aftrap al gezellig vertoeven was in de voorjaarszon. Ook de voetbalcel stond uiteraard op scherp. Supporters van de Racing dienden met een buscombi  te komen (amper 150) en er werd gewerkt met gescheiden vakken. We moeten er ook niet stom over doen, bij dit soort affiches zijn dat logische restricties. Dat zou gedurende de wedstrijd ook blijken.
Het was zeer druk op Doelvelden en de sfeer was uitgelaten. Dit soort wedstrijden komen dan ook niet zo vaak voor in het amateurvoetbal. Alle derby aspecten waren aanwezig en beide supportersclans jenden elkaar. Lyra Lierse fans insinueerden liefdesrelaties tussen KV en Racing Mechelen. Racing fans benadrukten dan weer de ‘fusie-prostitutie’. Het waren niet de meest liefkozende songs, maar dat maakt een derby nu net dat tikkeltje pittiger. Stil was het geen seconde die middag. Maar die pit en dat vurige sloeg eigenlijk nooit echt over op het veld. In de openingsfase had Lyra Lierse 2-3 uitstekende kansen om de score te openen, maar nadien was het sportief een saaie bedoening. Bij de start van de tweede helft voerde de thuisploeg terug direct de druk op. Routinier Stef Wils buffelde al snel een hoekschop tegen de netten, 1-0. Vreugdetaferelen zoals dat enkel in een derby kan. Er kwam eindelijk wat meer strijd op het terrein. Op het uur werd de 1-1 van Huysmans afgekeurd voor buitenspel. Aan de overzijde viel wel een reglementaire goal. Dilliën draaide een hoekschop rechtstreeks in doel, 2-0. Toch was de partij niet gespeeld. Huysmans kon milderen tot 1-2. Niemand in het uitvak had volgens mij de goal gezien want men had al geruime tijd enkel nog oog voor de Lyra Lierse fans. Het gedrag escaleerde toen opwarmende spelers een lading bier en fluimen over zich heen kregen. De sfeer mag van mijn part pittig zijn, maar hou wel je fatsoen. De wedstrijd werd voor tien minuten stilgelegd en kapitein Huysmans moest de gemoederen bij de overhitte groen-witte aanhang gaan bedaren. Gelukkig bleef het bij wat haantjes gedrag en kon er weer worden gevoetbald. De bezoekers uit Mechelen gingen nog naarstig op zoek naar de gelijkmaker, maar echt uitgespeelde kansen kon het niet meer bij elkaar voetballen. Het bleef bij 2-1 waarna het feest kon losbarsten.

https://www.indehekken.net/lyra-lierse-wint-beladen-derby-van-racing-mechelen/

Met de 6 op 6 op zak trokken we nog een weekje later naar het Louis Van Roeystadion in Rijkevorsel. De thuishaven van Zwarte Leeuw is een heerlijk oubollige bak. Alleen al voor die reden keek ik reikhalzend uit naar deze partij. Als extraatje slaagden we er ook in om onze bus uit te verkopen. Toen ik in juni 2018 met vrienden de supportersclub oprichtte, had ik nooit gedacht dat ons dat zou lukken. Niet slecht voor een supportersclub in de bredere regio die weinig met Lier te maken heeft. Het zorgde in ieder geval voor een boel gezelligheid en die bleef ook de ganse avond behouden. Geen gescheiden vakken, geen restricties en geen (zichtbare) politiediensten. Zwarte Leeuw fans die een sfeeractie en pyro hadden voorzien. Het zeer goed gevulde uitvak dat vocaal het beste van zichzelf gaf en eveneens niet keek op een rookpot meer of minder. En dat allemaal in dat ouderwetse decor. Na 90 minuten vol slecht en doelpuntenloos voetbal trok de massa gezamenlijk de kantine in voor een sfeervolle derde helft (check zeker de verschillende filmpjes maar eens op social media). De beleving was de grote triomfator die avond. Zo werd het drieluik niet alleen sportief goed afgesloten, ook qua beleving en support werden er weer extra zieltjes gewonnen voor het prachtige Lyra Lierse project. De toekomst ziet er nog steeds goed uit. Benieuwd wat de laatste 4 wedstrijden en, naar alle waarschijnlijkheid, de eindronde ons nog gaat brengen.

https://www.indehekken.net/avondje-vertoeven-in-de-krochten-van-het-belgische-amateurvoetbal/

13-01-2019 KVK Tienen – Lyra Lierse 0-0





19-01-2019 St-Lenaarts – Lyra Lierse 2-0


(bron: facebook K. Lyra Lierse, foto Glen Deckers)

26-01-2019 Lyra Lierse – Bilzerse Waltwilder 0-0



10-02-2019 Ternesse – Lyra Lierse 1-1





16-02-2019 Lyra Lierse – Esperanza Pelt 2-0

24-02-2019 Helson Helchteren – Lyra Lierse 1-2








09-03-2019 Lyra Lierse – Eendracht Termien 0-0

16-03-2019 KFC Nijlen – Lyra Lierse 1-3










24-03-2019 Lyra Lierse – KRC Mechelen 2-1






(bron: facebook K. Lyra Lierse, foto Glen Deckers)

30-03-2019 Zwarte Leeuw – Lyra Lierse 0-0










(foto In De Hekken, zie link in het artikel)


« Laatst bewerkt op: apr 10, 2019, 19:05:40 door wekke »

Offline Nort

  • Berichten: 2242
Re: Wekke - foto's en verslagen
« Reactie #664 Gepost op: apr 10, 2019, 08:42:53 »
Mooi verslag weer Wekke!

Offline Sebastiaan_W

  • Berichten: 1915
  • Geslacht: Man
    • Voetbal is meer dan gewoon een wedstrijd
Re: Wekke - foto's en verslagen
« Reactie #665 Gepost op: apr 10, 2019, 09:18:20 »
Wat een fijne grounds hebben ze toch in België! Leuke foto's Wekke.

Offline wekke

  • Berichten: 2630
  • Geslacht: Man
Re: Wekke - foto's en verslagen
« Reactie #666 Gepost op: apr 10, 2019, 19:11:33 »
Thanks. Die grounds en dat amateurvoetbal zijn heerlijk om te volgen

Offline Joost

  • Berichten: 7983
Re: Wekke - foto's en verslagen
« Reactie #667 Gepost op: jun 12, 2019, 21:00:01 »
Jullie hebben er weer een paar mooie verplaatsingen bijgekregen. Turnhout, Beringen, Merksem onder andere.

Offline wekke

  • Berichten: 2630
  • Geslacht: Man
Re: Wekke - foto's en verslagen
« Reactie #668 Gepost op: aug 15, 2019, 09:25:03 »
Lyra Lierse maakt zich op voor zijn tweede seizoen sinds de naamsverandering en uitbrengen van zijn nieuwe filosofie. Vorig seizoen werd de play-off finale verloren van de nouveaux riches uit Zwevezele, dit seizoen is promotie het doel. Op alle vlakken stippelde de club een groei op verschillende termijnen uit. Promotie binnen de twee seizoenen, en zonder exuberante uitgaven, was één van die doelen. Om dat te kunnen bewerkstelligen werd de kern versterkt. Niet met een lading vreemdelingen, wel met spelers met een verleden in Lier. Spelers als Koen Weuts en Jason Adesanya zakten twee reeksen omdat ze voor Lyra Lierse wilden spelen ipv voor de centen. Het is eens wat anders dan de hedendaagse broodvoetballers.

Ook in de tribunes is het uitkijken naar de start van het nieuwe seizoen. Vorig seizoen was prachtig en niemand had verwacht dat er zo snel na het verlies van Lierse terug een gevoel van samenhorigheid zou zijn. Maar toeschouwersaantallen schommelden enorm. Op mindere dagen was die vaste kern van 500 nog steeds present, terwijl er tegen KVK Tienen en KRC Mechelen meer dan 1.200 supporters aanwezig waren. Ook op verplaatsing schommelde het tussen de 200 en 700. Een gestage groei van de vaste kern zou mooi zijn. Benieuwd of we daar in slagen. Het nieuwe is er af, nu is het noodzakelijk om een vaste waarde te worden.



De competitiestart is pas op 1 september, maar het leuke aan supporteren voor een amateurclubje is de hele bekercampagne. Vroeger met Lierse haalde ik er mijn neus voor op. Leuke verplaatsingen werden toch afgekocht en in de 1/16e finales speelde je toch in lege stadions. Nu ligt dat helemaal anders. Je kijkt reikhalzend uit naar die loting. Welke ongekende club kunnen we dit keer loten? Een verplaatsing naar één of andere uithoek van het land? Of toch maar die eerste derby tegen Kempenzonen? En halen we de apotheose, de 1/16e finale tegen een eerste klasser? Echt blij werd ik niet van de loting. Amper twee keer op verplaatsing in de vijf rondes die werden geloot. Geen derby tegen Kempenzonen (ik was klaar voor een eerste uitmatch op t Lisp). Geen leuke tegenstander met een degelijke aanhang à la RFC Liège, Eendracht Aalst of RWDM. Wél een serie waarin het overleven van vijf rondes wel eens zou kunnen.

Beginnen deden we thuis tegen 3e provincialer Zandvliet Sport. Een leuk weerzien na de zomerstop, maar verder een gezapige wandeling naar een 4-0 overwinning.



Een weekje later was andere koek met een verplaatsing naar het verre KVK Westhoek. In 2013 fuseerden vierde klassers KVK Ieper en KBS Poperinge tot het huidige KVK Westhoek. Administratief ging het eigenlijk niet echt om een fusie want beide stamnummers bleven in gebruik. Zo speelt het eerste elftal onder stamnummer 100, dat van KVK Ieper, zijn thuiswedstrijden in het Crackstadion te Ieper. Meerdere jeugdelftallen spelen dan weer nog steeds onder het nummer van Poperinge. KVK Westhoek promoveerde vrij snel naar 2e amateur en parkeert zich daar ondertussen al voor het 4e seizoen. De ambities zijn ondertussen wel weer bijgesteld. In het begin werd er al eens gegokt op dure ex-profs. Tegenwoordig doen ze het met jeugd en lokale spelers. Volgens supporters is de overgang iets te abrupt en te jeugdig. Wij juichen zulke lokale verankering enkel maar toe.



KVK Westhoek speelt zijn thuiswedstrijden dus in het Crackstadion. Het beschikt over een grote hoofdtribune aan de ene lange zijde. Aan de overkant staat een kleinere tribune met zit- en staplaatsen. Dat was onze tribune voor vandaag. Een kleine 250 supporters hadden de reis gemaakt naar het verre Ieper. De sfeer zat er lekker in voor deze eerste echte test. Bij het thuisfront was de hoofdtribune karig gevuld en achter het doel stak de lokale jeugd een rookpot af en zwaaide met vlaggen. Op het veld voetbalde Lyra-Lierse alleraardigst tegen de thuisploeg, die toch een reeks hoger speelt. Lyra-Lierse liet meerdere kansen op een voorsprong onbenut. KVK Westhoek kwam er iets minder uit. De voorsprong bleef echter uit en we gingen rusten bij een 0-0 stand. De tweede helft was van een veel mindere kwaliteit met veel middenveldspel en weinig doelkansen. Aan beide zijde viel er nog een rode kaart na een akkefietje. Goals vielen er dan weer niet. In dit stadium van de bekercompetitie betekent dit geen verlengingen, maar rechtstreeks penalty’s.  Bij een 2-3 stand pakte Kristof Maes, door de supporters liefkozend White Stanley Menzo genoemd, een eerste pingel van KVK Westhoek. Vervolgens misten Lambreghts voor Lyra-Lierse en een speler van KVK Westhoek niet. De stand was 3-4 toen doelman Maes zich zelf klaarzette om te trappen. Hij trapte over! Dan maar zijn fout rechtzetten en hij pakte zelf de laatste strafschop van KVK Westhoek. 3-4 na strafschoppen.





Ronde 3 was er eentje tegen reeksgenoot Helson Helchteren. Lyra-Lierse domineerde de partij, maar liet vele kansen onbenut. In de tweede helft zorgde Nys voor de 1-0. Ondanks een karrevracht aan kansen bleef de verlossende tweede goal uit. Een treffer van Helson Helchteren kwam er niet en dus bekeren we verder.

Ronde 4 brengt komende zondag een verplaatsing naar RUS Rebecquoise met zich mee. Een eventuele vijfde ronde wordt in Berlaar beslecht tegen de winnaar van FC Tilleur – KVK Tienen. Het zal nog een hele uitdaging worden om die twee rondes te overlev

Offline wekke

  • Berichten: 2630
  • Geslacht: Man
Re: Wekke - foto's en verslagen
« Reactie #669 Gepost op: aug 15, 2019, 09:37:15 »
Jullie hebben er weer een paar mooie verplaatsingen bijgekregen. Turnhout, Beringen, Merksem onder andere.

Ik zie je post nu pas. Inderdaad, enkele leuke verplaatsingen bijgekregen. Turnhout is pas op de laatste speeldag. Als van die wedstrijd nog iets afhangt dan zal die wel drukbezocht worden.

Off-topic: is er interesse in een niet-voetbal gerelateerd reisverslag van Zuid-Afrika en Namibië? Ik was oorspronkelijk niet van plan om het online te posten gezien de lengte van het verslag, maar mits interesse kopieer ik het hier wel met de nodige foto's.

Offline Nort

  • Berichten: 2242
Re: Wekke - foto's en verslagen
« Reactie #670 Gepost op: aug 15, 2019, 10:01:38 »
Ik zie je post nu pas. Inderdaad, enkele leuke verplaatsingen bijgekregen. Turnhout is pas op de laatste speeldag. Als van die wedstrijd nog iets afhangt dan zal die wel drukbezocht worden.

Off-topic: is er interesse in een niet-voetbal gerelateerd reisverslag van Zuid-Afrika en Namibië? Ik was oorspronkelijk niet van plan om het online te posten gezien de lengte van het verslag, maar mits interesse kopieer ik het hier wel met de nodige foto's.
Als het dezelfde schrijfstijl is als je voetbalverslagen, leuk :)

Offline wekke

  • Berichten: 2630
  • Geslacht: Man
Re: Wekke - foto's en verslagen
« Reactie #671 Gepost op: aug 15, 2019, 11:36:56 »
Roadtripping Zuid-Afrika en Namibië

Intro

Het continent Afrika zei me oorspronkelijk eigenlijk niets. Met regelmaat van de klok stel ik lijstjes op met reizen die ik graag zou maken. Een soort bucketlist. Afrika kwam daar eigenlijk nooit in voor. Vraag me niet naar een specifieke reden want die kan ik niet geven. Het sprak me gewoon niet aan. Een zatte avond in de stamkroeg zou dat echter veranderen. Dorthe, de vriendin van Jelle, zou samen met klasgenote Kato haar stage houden in Zuid-Afrika. Dit gedurende meer dan 4 maanden. Zodoende riep ik met iets teveel pinten in mijn kraag naar Jelle iets in de trend van “Wa denkte? Nor Afrika vant jaar?” De toon was gezet en rond oktober werd het plan concreet. In december boekten we via British Airways onze retourvlucht van Brussel naar Johannesburg voor een schamele €450. Het plan was om 3 weken te gaan en van Kaapstad naar Namibië te trekken. Vlak voor we gingen boeken werd dat in al ons enthousiasme exact een maand met vertrek op 19 mei en terugkomst op 19 juni.

Het fiksen van de vliegtuigticketjes was het startsein van een toch wel intensieve voorbereiding. Verschillende boeken werden verslonden. Het aantal bezochte websites was naderhand niet meer te tellen. Google Maps werd mijn beste vriend om een zo goed mogelijke tijdlijn te maken. Een houvast met grote lijnen was nu eenmaal noodzakelijk. Zeker omdat het aantal reizigers verschilde per deel van de reis. Dorthe en Kato kregen een week vrijaf om met Jelle en mij de eerste 7 dagen rond te reizen. Na die periode moesten zij echter terug naar Johannesburg om het einde van hun stageperiode te volmaken. Een kleine 2 weken zouden Jelle en ik dan weer de doorsteek maken naar Namibië om de twee schoolmeisjes later weer in hoofdstad Windhoek op te pikken. Met z’n vieren zouden we dan het restant van de reis ondernemen om terug te eindigen in Windhoek. Het was dus geen sinecure om een degelijk schema te maken. Bovendien kon ik niet inschatten hoe accuraat de afstanden en tijden van Google Maps waren. Achteraf kan ik zeggen dat ons schema nagenoeg perfect was. Niet te opeen gepropt waardoor er ruimte was om al eens ergens een extra dag bij aan te plakken of een rustdag in te plannen. Een goede afwisseling tussen de activiteiten. Een enorme diversiteit aan landschappen ook.

De richtlijnen uitzetten is echter maar één onderdeeltje om zo’n reis te ondernemen. Er kwam namelijk nog veel meer bij kijken. Zo regelde Jelle het vervoersmiddel. Hij was twee jaar geleden van Johannesburg naar Okavango in Botswana getrokken en had daar dus enige ervaring. Via het internet vond hij Bushlore, een bedrijf gespecialiseerd in de verhuur van volledig uitgeruste terreinwagens. De verhuurmaatschappij diende door het verschil in oppik en drop-off plaats groot genoeg te zijn. De nodige offertes werden over en weer gestuurd. Er werd gekozen voor een Toyota Hilux met 2 daktenten. Andere benodigdheden zoals een satelliettelefoon (niet nodig gehad, maar je weet nooit) en een GPS (rampzalig ding, maar noodzakelijk) werden bijgeboekt. Daarna moest de keuze qua verzekering nog worden gemaakt. Tip: bespaar hier niet op! Wij kozen voor de duurste optie waardoor we op een €3.133 als totaalprijs kwamen. Dan slik je wel even, maar het is een kost die je toch moet maken. Bespaar dan ook niet op die verzekering. Wij hebben genoeg foto’s gezien van ongevallen met dergelijke wagens en ook onderweg kwamen we tot drie maal toe een gekantelde terreinwagen tegen. Jammer genoeg was daar zelfs éénmaal een dodelijk slachtoffer bij. De betaling bij een firma zoals Bushlore konden we niet regelen via een normale overschrijving. We moesten dus vertrouwen op hun eerlijkheid en alle gegevens van de Mastercard doorgeven. We beschikten enkel over een offerte en het e-mailverkeer.

We regelden later ook nog onze tussenvlucht van Johannesburg naar Kaapstad aan €44. Zodoende was al ons vervoer, op de vlucht Windhoek-Johannesburg na, geregeld. Daarmee ben je echter nog niet aan het einde van de voorbereidingen. Decathlon Olen verdiende terloops ook nog een pak geld aan mij voor onder andere een hangmat, afritsbroeken en een deftige reiszak. De grootste rompslomp kwam echter uit de medische wereld. Via de website van het Tropisch Instituut kan je per land checken welke vaccinaties en medicatie er nodig is. Voor Zuid-Afrika en Namibië gaat het dan om inentingen voor buiktyfus, gele koorts, Hepatitis A & B. Bovendien is Damaraland en Etosha niet geheel vrij van malaria. Ook daarvan werd er de nodige dosis ingeslagen. Zo’n dosis start je een dag voor aankomst in het malariagebied op en neem je door tot 7 dagen na het verlaten van het malariagebied. Voorts zorg je best voor een deftige muggenspray, insectenzalf en de typische reispillen.

Een dik half jaar na de eigenlijke beslissing kon er worden ingepakt. Al het gevloek omwille van de verschillende gewichtsregels moet je er wel bijnemen. En zo stonden we op 19 mei klaar om te vertrekken.

Dag 1 – De reis

Ochtendstond heeft goud in de mond. Zeker als je maanden uitkeek naar je reis en dat was bij mij enorm het geval. De laatste weken sleepte ik me naar het werk. Mij zal je nooit horen zeggen dat ik een fysiek intense job heb, maar mentaal is dat andere koek. De negativiteit van het gevangeniswezen begint te wegen en naarmate je vakantie dichterbij komt, lijkt dat alleen maar erger te worden. Ik hoopte dan ook rust te vinden in Afrika. Fris en monter stond ik dan ook bij Jelle aan de deur. Ik had de avond voordien snel het hazenpad gekozen na de nodige pintjes. Mijn reisgenoot was duidelijk wat langer blijven plakken. Maar we hadden genoeg buffer om het kleine oponthoud, dat bij overslapen hoort, op te vangen. Het beloofde wel een lange anderhalve dag te worden. Vlucht 1 was een makkie. Brussel naar Londen is minder dan een uur vliegen.

Op Heathrow moesten we wel een wachttijd van 6 uur weten te doden. Geen pretje als roker in een volledig rookvrije luchthaven terwijl je favoriete ploeg de eindrondefinale gaat spelen. Ik had er al weken de pest in dat ik die match zou missen. Uitgerekend dit seizoen laten ze die finale spelen op zondag in plaats van donderdag. Foto’s en sfeerfilmpjes passeerden gans de dag de revue. De eigenlijke match moet je dan ook nog eens via de whatsappgroep proberen te volgen. Een vreugdedans op de luchthaven zat er niet in. Lyra Lierse verloor van de nieuwe rijken uit Zwevezele. Even later konden we boarden en ons neerzetten voor een vlucht van 10,5 uur richting Johannesburg.

Dag 2 – The Mother City

In Johannesburg werden we opgewacht door Dorthe en Kato. Een hartelijke weerzien sinds hun vertrek eind januari. Met z’n vieren maakten we ons klaar voor de volgende vlucht. Een veel te krap vliegtuig vloog ons naar Cape Town oftewel The Mother City. Op de luchthaven werden we opgewacht door iemand van Bushlore. Bij de firma werd al het papierwerk en de betaling in  orde gebracht. Daarna kregen we een uitgebreide uiteenzetting over de wagen en al zijn toebehoren. Een hele boterham om te verteren zo vlak na een lange reisduur, maar wel essentiële informatie.



Jelle zette nadien koers naar het Ikhaya Guesthouse (€50/kamer incl ontbijt). Op sommige punten hadden we gekozen voor een guesthouse of hotel. Een goede keuze zo zou later blijken want het doet deugd om enkele malen in een gewoon bed te slapen. En zeker na zo’n lange heenreis is een goede nachtrust aangewezen. Na de check-in staken we de parking over richting café Roxy voor onze eerste Afrikaanse pintjes. Het terras en de zaak zelf zaten bomvol met een alternatief soort mensen. Het had iets flower-power-achtig. Next stop was de Waterfront. Uber is alomtegenwoordig in Kaapstad en was dan ook de veiligste en goedkoopste manier om een avondtrip te doen. Buiten de koude bries was het heerlijk vertoeven aan de Waterfront. De verlichting over de seaside gaf onmiddellijk die vacation vibe. De pork belly en de nodige flessen wijn deden de rest. Afsluiten deden we bij het Belgische café Den Anker. Volgens tripadvisor dé plaats om wat biertjes te proberen. Hoe chauvinistisch we ook zijn, d’uh ons eigen bier is nu eenmaal van topkwaliteit, we probeerden toch de lokale draft. Jammere keuze want het was niet om over naar huis te schrijven.  En zo zat de eerste avond in Afrika er alweer op….

Dag 3 – Robbeneiland

Bij een heerlijk ontbijt bespraken we de planning voor de komende dagen. Cape Peninsula heeft ontzettend veel te bieden, maar bijvoorbeeld de Tafelberg kan je beter doen bij helder weer. Onze eerste stop was vanzelfsprekend het lokale winkelcentrum. Een roadtrip vergt nu eenmaal ook de nodige inkopen zoals kruiden, eten, fruit, etcetera. Daarna was het weer richting de Waterfront, meer bepaald de Nelson Mandela Gateway. Deze heb je van doen als je Robbeneiland wenst te bezoeken. Doordat we net te laat kwamen voor de tocht van 11u00 maakten we nog een korte wandeling naar het Canal District om een hapje te eten. Het zouden onze enige en laatste indrukken van Kaapstad zijn. Wegens tijdgebrek zouden we niet meer terugkomen naar de stad. Om 13u00 namen we dan toch de ferry naar Robbeneiland. Online kan je veel aanbieders vinden voor een bezoek aan Robbeneiland, al dan niet in combinatie met andere bezienswaardigheden. Wij kozen er echter voor om gewoon een ticketje aan de balie te kopen tegen circa €22,50. In het hoogseizoen zou vooraf reserveren wel aangewezen zijn.
 


Voor zij die echt niet weten wat Robbeneiland is: het eiland deed 400 jaar lang dienst als gevangenis. Het is de plek waar Nelson Mandela 27 jaar werd vast gehouden omwille van zijn politieke ideeën die ,uiteraard, haaks stonden tegenover het apartheidsregime van die tijd. Een ferry neemt je mee naar het eiland. Neem best een pilletje tegen de reisziekte in. Bij ons was de zee enorm rumoerig waardoor Dorthe en Kato erg veel last hadden van zeeziekte. Eenmaal aangekomen stap je over in een tourbus. Onze levendige spring-int-veld van een gids begeleide ons langs de verschillende bezienswaardigheden op het eiland. Het toont de verschillende paviljoenen, de woonhuizen, de kerk, een moskee, … Tot de dag van vandaag leven er nog steeds mensen op Robbeneiland. Weliswaar niet meer in gevangenschap.



Het voelt raar aan eens je beseft dat de laatste gevangenen pas in 1996 werden overgeplaatst. Al die tijd werden de gevangenen verplicht tot zware fysieke arbeid in de kalkmijnen. Onder de lodenzon en zonder een woord te wisselen, werden er urenlang stenen gekapt. “Verplichte fysieke arbeid moeten ze terug invoeren!” Ik zou het mezelf ook kunnen horen roepen als het om gedetineerden gaat. Maar je moet er wel bij stilstaan dat enerzijds de omstandigheden mensonwaardig waren en anderzijds er tussen de criminelen ook een hele boel politieke gevangenen waren zoals Nelson Mandela. Het apartheidsregime zorgde voor een strikte scheiding tussen de rassen en dit om het, in hun ogen, superieure blanke ras te vrijwaren. Tegenspraak werd niet geduld en leidde tot mishandelingen, folteringen, de dood of dus levenslange gevangenschap. Er zaten dus veel verschillende klassen bij de gedetineerden op Robbeneiland. Tijdens het werk in de kalkmijnen ontdekten ze een hiaat in het systeem waarbij men zich in een grot in de schaduw even kon afzonderen. De gedetineerden creëerden hier het “each one has to teach one” systeem.  Hoogopgeleiden gaven les aan de laagopgeleide gevangenen. Het zorgde er ook voor dat ze niet gek werden zoals velen anderen die werden afgezonderd van elk sociaal contact.

Na de busreis door het eiland bezichtig je de eigenlijke hogeveiligheidsgevangenis. Een ex-gedetineerde neemt je mee naar de grote slaapzaal en vertelt gepassioneerd, of beter gezegd geëmotioneerd, over zijn jaren in de gevangenis. Ik weet niet in hoeverre die slaapzaal is aangepast voor het openluchtmuseum, maar in de staat zoals deze nu verkeerd is het eigenlijk een paleis ten opzichte van enkele van onze vervallen Belgische gevangenissen. Ondertussen bleef de ex-gedetineerde aan zijn betoog vasthouden. Als men een vraag stelde dan kreeg je een antwoord dat eerder naast de kwestie lag. Ik kon de man zijn manier van vertellen echt wel smaken, ook al merkte ik dat de man wel iets heeft overgehouden aan zijn detentie, maar het werd langdradig. Enkelen in de groep waren dan ook in slaap gevallen. Nadien werd er nog halt gehouden op de wandelplaatsen en de mono-cellen. Die laatsten waren wel erg klein met een open tralies en net genoeg plaats voor een slaapplek. Is Robbeneiland de moeite om te bezoeken? Puur geschiedkundig natuurlijk wel en zeker als je merkt hoe recent het eigenlijk was, maar langs de andere kant is het dan weer niet zo indrukwekkend qua gebouwen en gevangenis. Ik ben wel blij dat ik het gezien heb. Het blijft ergens ook wat beroepsmisvorming.

De ferry loodste ons weer over de hoge golven richting de Waterfront. Voor ons het sein om nadien echt aan de roadtrip te beginnen. Via Roads 4 Afrika, een map die je absoluut moet downloaden als je zo’n reis maakt (!!), wisten we dat de campings eerder schaars waren op de Cape Peninsula. Wild kamperen is trouwens niet-toegestaan. We besloten onze kans te wagen in de richting van Hout Bay. De weg ernaartoe leverden de eerste prachtige vergezichten op. Slingerend met de terreinwagen tussen berggebied en de oceaan terwijl de ondergaande zon het water en de lucht in prachtige kleurenpaletten schildert. Hout Bay zelf leverde geen slaapplek op. De spot was enkel voor grote groepen. Poging 2 dan maar nabij de startplaats van de Devils Peak Hike. Vanaf Devils Peak heb je een schitterend uitzicht over Kaapstad en de Tafelberg. In het donker kronkelden we naar boven en later tevergeefs weer naar beneden want ook hier geen slaapplek voor ons. Twee mislukte pogingen leverden ons wel twee fantastische uitzichten op. Poging 3 dan maar: Chapmansroad Caravan Park in Noordhoek. Vlak aan de start van de Chapmans Peak Drive lag deze camping. Uiteraard kwamen we pas na sluitingstijd aan en op het eerste zicht leek het verlaten. We maakten ons al op om gewoon op de parking te slapen toen de eigenares dan toch de poort kwam openen. Betalen kon in de ochtend en we konden een slaapplek uitkiezen.



Derde keer goede keer dus. Voor de allereerste keer stelden we de rooftoptents op en kookten ons eigen potje. Een spaghetti van Struisvogelgehakt. Lekker begot!

Dag 4 – Red Red Wine



De camping lag dus dicht aan de Chapmans Peak Drive. Elke reisgids zal deze autoroute van 8 kilometer ten stelligste aanraden. Lofredes à la ‘mooiste autoroute ter wereld’ passeren dan de revue. Het betreft wel een tolweg, maar laat die schamele €3 je niet weerhouden. Ondanks dat we een bewolkte dag hadden, was de route van een fenomenale schoonheid. Kronkelend tegen de bergwand terwijl beneden de oceaan de volledige horizon inpalmt. Chapmans Peak Drive is terecht zo geroemd. Aan het einde kwamen we aan in Hout Baai. We parkeerden de wagen en maakten de lange strandwandeling tot aan de dokken. Hier waren vissers in de weer na hun ochtendtocht. Iets ervoor stoten we dan weer op Mr. Black. Dat is een zeeleeuw wel te verstaan. Het dier komt al jaren aan land om vis te schooien.



Dertien kilometer verderop ligt Constantia. Het plekje stond eigenlijk niet op de planning van Jelle en mij. Eerder uit onwetendheid. Dorthe en Kato hadden er echter goede dingen over gehoord. Het betreft eigenlijk de wijnvelden van Constantia Glen, één van dé topmerken. Wij konden een wine tasting dan ook niet weerstaan. In de veranda met uitzicht op de wijnvelden werden er vijf wijnen aan ons voorgesteld. Vooral de Constantia Five is een absolute topper. Ondertussen maakte de bewolking plaats voor de stralende zon. Zo snel kan het gaan op de Kaap dat bekend staat om de snelle weersomschakelingen. We ruilden onze plaatsen in de veranda dan ook in voor plaatsen op het terras. De view was fantastisch. En voor de verslaafde rokers onder ons, dixit mezelf, het rookkot bestond uit een bankje tussen de wijngaarden met zicht over de heuvels. Ondertussen zat de sfeer er lekker in en was het Genieten, mét hoofdletter G. We lieten de dagplanning dan ook gewoonweg vallen en spendeerden de rest van de middag op deze rustgevende plek. Volgens de serveuse komen hier in het hoog seizoen 1.000 toeristen per dag en wordt de plek overspoeld. Nu was er amper volk en was de setting perfect.



Licht beschonken diende er wel nog een slaapplek te worden gevonden. Ook vandaag zou het niet zo vanzelfsprekend zijn. We hadden ons oog namelijk laten vallen op een camping in Muizenberg. Eenmaal aangekomen weigerde de security ons en een Nederlands koppel binnen te laten. De camping was allesbehalve volzet, maar ze wilden niemand meer toelaten. Ze vertelden er met de lach bij dat een booking via de stad ook niet meer mogelijk was gezien het tijdstip. Een telefoontje naar de uitbaters leverde geen soelaas. Er zat dan ook niets anders op dan doorrijden naar Fishhoek. Hier konden we wel nog binnen en de dag erop betalen. De kampplek bevond zich naast de duinen. Ondertussen begon het ook te schemeren. We stelden snel de tenten op, namen dekens en wat wijn mee en gingen op de duinen kijken naar de zonsondergang en het uitzicht in de baai. Het leven kan begot schoon zijn!

Al had de reis even later ook over kunnen zijn. Tijdens het koken loste de gasbek van de glasfles waardoor een vuurstraal uit de fles schoot. Met een mes kon ik de fles dichtdraaien. Al een geluk dat de vlam niet mee in de fles schoot… Het had een anti-climax geweest van een prachtige dag.

Dag 5 – Secret Season

Mijn nacht was van een hoog wroetend niveau dus ik lag al effe af te tellen naar de ochtend. Vlak voor zonsondergang (7u00) kroop ik dan maar uit de tent en over de duinen voor een rustgevende strandwandeling terwijl de zon zijn oranje gloed weer over de oceaan verspreidde. Een uitzicht dat zorgt voor een groot relaxend gevoel.



Wanneer ik terug aan de tent kwam, hadden ook de andere drie het ochtendgloren omarmd. Na het ontbijt trokken we naar Boulders Beach. Boulders Beach is eigenlijk een klein afgezet stukje pinguïn reservaat. Jawel, er leven wel degelijk pinguïns in Zuid-Afrika. De entrance fee bedroeg €9,50. In het eerste deel wandel je over aangelegde paden tussen de duinen en het strand. In de duinen liggen pinguïns te broeden. Op het strand liggen ze dan weer te genieten in de zon na hun zwembeurt. In het tweede deel kan je over enkele rotsen klimmen om zo op een stuk strand te komen. Pinguïns zijn er hier niet in grote getalen zoals in het eerste deel. Ze laten ook ferm van zich horen als je te dichtbij komt. Het aanraken van de dieren wordt dan ook ten stelligste afgeraden. Pinguïns bite! Na afloop keuvelden Jelle en ik nog wat met onze Britse parkeerwacht. Als we een roze bus tegenkwamen dan moesten we de meisjes zo snel mogelijk ergens afdroppen en op die bus stappen. Volgens hem betrof het een Zweedse partybus vol knappe deernen. De man oogde als een achtergebleven hippie dus de kans dat hij het in een trip had gedroomd, leek me reëler. Onze Britse vriend zei ook al eens wat zinnigs. Volgens hem kozen we het perfecte seizoen voor onze reis. Hij noemde dit ‘the secret season’ omwille van de weinige toeristen in combinatie met het geweldige weer. Plan je reis dus in mei en juni, net zoals ons.
 


We zeiden gedag tegen onze extraverte vriend en reden dieper de Cape Peninsula af. Richting Kaap de Goede Hoop dus. De Cape of Good Hope betreft eigenlijk een erg groot reservaat en niet enkel het zuidelijkste punt van het continent. Nu ja, het eigenlijke zuidelijkste punt zou Hermanus zijn. Oorspronkelijk was Hermanus ook een plek die Jelle en ik met stip hadden aangeduid. Het stond bekend om het spotten van walvissen in juni (voor ons dus te vroeg), maar vooral om het kooiduiken met de great white shark. Verder opzoekwerk leerde ons echter dat de witte monsters veel minder aanwezig zijn dan vroeger. De kans dat we er effectief zouden zien, zou zelfs eerder gering zijn. Hermanus lieten we dan ook, met een beetje pijn in het hart, schieten. Zo’n duik leek ons eerst nochtans een once in a lifetime momentje. Maar goed, we bevonden ons dus in Kaap de Goede Hoop. Na het betalen van €75 entreegeld (alles kost geld, vergeet dat niet) reden we richting het lichthuis. De steile klim deed een eerste keer mijn rampzalige fysiek voelen. Het is wel de moeite waard. Ik val in herhaling, en ga dat nog vaak doen, maar de vergezichten zijn gewoonweg prachtig. Weer beneden aten we een broodje. Jammer genoeg hadden de vogels ook zin in een stukje en was het opletten geblazen voor hun luchtaanvallen. Nadien reden we verder naar het dus zogenoemde zuidelijkste punt. Onderweg passeerden we een struisvogel. Het eerste echte dier in het wild spotten was wel leuk.



We verlieten de kaap en reden door naar Kommetje. We checkten snel in bij de prachtige camping alvorens we de lokale liquorstore plunderden. De campingstoelen, pintjes en wijn sleurden we mee naar het strand om nog eens met volle teugen te genieten van de zonsondergang. In de verte surften enkele kerels terwijl een peddle boarder de golven trotseerde in de avondgloed.
 


Dag 6 – Gesponsord Werelderfgoed

Ik had ergens wel verwacht dat ik last zou hebben om te relaxen. Een work-a-holic die naar de totale rust gaat, heeft het soms lastig om gemoedsrust te vinden. Dat was eigenlijk niet het geval. Het loslaten van de technologie was dat wel. Twee dagen zonder mobiele verbinding deden mijn kop doen geloven dat er iets mis was met het thuisfront. Belachelijk natuurlijk want als er daadwerkelijk iets is dan zijn er manieren genoeg om elkaar te bereiken. Het was wel effe een wake-up call voor de gsm verslaafde in mij. Niet dat ik er achteraf daadwerkelijk iets aan probeerde te veranderen. Ik weet goed genoeg dat dat ding heel de dag aan mijn hand plakt. Tenzij ik op het werk ben dan toch. Ook gedurende de rest van de reis zou ik het moeilijk aanvaarden om meer dan een dag zonder wifi te zitten. Tja, die kan dus duidelijk bij op mijn verslavingenlijst.
 


Onze dag startten we nog eens met een ritje over Chapmans Peak Drive. De bestemming was de Tafelberg. De Tafelberg staat op de New 7 Wonders of Nature lijst. De berg kijkt uit over Kaapstad en het staat overal te boek als een aanrader. Eenmaal aangekomen bleek de natuur kennis te hebben gemaakt met platte commercie. Omdat we qua tijd, en waarschijnlijk ook fysisch, niet in staat waren om de hike naar boven te ondernemen, namen we de kabelbaan. Voor €20 per persoon heb je een retourticketje naar de top. Onderaan de bakjes prijkt het logo van sponsor Mastercard. Pur sang massa toerisme dus. Dat liet zich ook merken in het grote aantal toeristen dat naar de top wilde. Boven bleek de tafelberg echter zo uitgestrekt dat je geen last had van enige massa. In het begin stropt het een beetje voor de eerste uitzichten over de stad, maar naar mate je verder wandelt, schiet de massa uiteen. Zo kon je optimaal genieten van de rust, stilte en de prachtige vergezichten. Links kijk je uit over Kaapstad, achteraan over de andere bergen in de richting van Kaap de Goede Hoop en rechts de oceaan. We spendeerden een tweetal uren op de Tafelberg voor we weer de afdaling maakten.
 


De volgende stop was Kirstenbosch Botanical Garden. Anderhalf uur kronkelden we door de plantentuin met de instructies van gids Jelle. De ene keer al wat accurater dan de andere keer. Het is eerder een korte wandeling, maar het is wel de moeite om eens te stoppen. Het was tevens onze laatste activiteit in Cape Town. We reden door naar Bushlore om een aanhoudend probleem op te lossen. Onze matrassen waren van een rampzalige kwaliteit waardoor het leek alsof je op de houtenbodem sliep. Eerst stelden we voor om een tweede matras er bovenop te leggen. De Zuid-Afrikanen keken alsof we één of ander zot plan hadden geopperd. Het werd ons dan ook ten stelligste afgeraden. Toegegeven, we hadden de tenten ook nooit opgeplooid gekregen met twee matrassen op elkaar. We konden wel wisselen naar een betere kwaliteit. Al een geluk.

Nadien reden we door naar Stellenbosch. Het Zuid-Afrikaanse wijngebied ligt op een uurtje rijden van Kaapstad. Hier zouden we dan ook de komende anderhalve dag spenderen om onze lever te laten afzien. De camping van de dag was in een bos. Het avondeten betrof hotdogs en hambies op het open vuur. Nagenieten deden we dit keer aan het kampvuur in plaats van op een strand.

Dag 7 – Van wine tasting naar wine tasting

We waren al in Stellenbosch dus de rit naar het centrum was tamelijk kort. Stellenbosch zelf heeft iets moois met al zijn witte huisjes. Veel oog voor het uitzicht van het stadje hadden we echter niet. We gingen naar de toerist officie voor een belangrijker item: een map met alle wijnhuizen en enkele tips. Stellenbosch en zijn omgeving is het hart van de Zuid-Afrikaanse wijnbusiness. Het correcte aantal moet ik verschuldigd blijven, maar ik dacht dat er meer dan 40 verschillende wijnhuizen waren in Stellenbosch en de omgeving. Na deze korte stop checkten we in bij het Vine Guesthouse. Om de week af te sluiten hadden we nog eens een hotel geboekt. Het bleek een kamer te zijn aan het zwembad. Echt een toplocatie. Aan de receptie kregen we nog wat extra tips mee voor de omgeving.
Delheim was het eerste wijnhuis dat we aandeden. Echt vlot liep het daar niet. Buiten was het heerlijk vertoeven, maar de wine tasting hield men in de wijnkelder. Op onze vraag, en na overleg met het bijhorende restaurant, kregen we een plekje buiten. Voor €4 per persoon namen we deel aan de wine tasting. Ieders koos 5 wijnen naar keuze. Je zou denken dat je een bodempje krijgt, maar niets is minder waar. Enige nadeel was onze sommelier. De man liet echt uitschijnen dat het allemaal tegen zijn goesting was. De wijn en kaas/charcuterie schotel compenseerde dat ruimschoots. De rosé van Delheim is trouwens een aanrader.



Het tweede wijnhuis dat we aandeden was Hidden Valley. Eigenlijk waren we een beetje aan de late kant om nog een wine tasting te doen. Onze levendige goedlachse sommelier liet de 5 verschillende wijnen dan ook in een rotvaart komen. De Hidden Jam kwam er hier als lekkerste uit. Hidden Valley is wel een echte aanrader. Je zit hoger op de heuvel waardoor je een geweldig uitzicht hebt over de wijngaarden. Onze sommelier had nu ook wat meer te vertellen over het productieproces. Toch wel een meerwaarde.
 
Reeds licht beschonken, kwamen we terug aan bij het Vine Guesthouse. We vonden er dan maar niet beter op dan het gezelschapsspel Fase 10 te spelen met een kaasschotel en een overvloed aan wijn en bier. Topavond, maar bibi kroop straalbezopen in zijn bed….

Dag 8 – Ciao Dorthe en Kato

De wekker ging al om 7u45. Ik zou hem haast door de kamer hebben gegooid. Het was veel te vroeg om mijn nog steeds dronkentoestand en naderende kater te trotseren. Bijgevolg kom je dan op onnozele ideeën zoals in het zwembad springen om te ontnuchteren. Tip: zwembaden zijn daar niet verwarmd en het water is ijskoud. Dat bracht dus geen soelaas. Twee mg aan Dafalgan dan weer wel. Het ontbijt was zeer verzorgd, wat wel te verwachten was in deze mooie accommodatie. De tafel naast ons hoorden we wel klagen over hun lawaaierige buren en hun nachtlawaai. Oeps…
Na het ontbijt reden we naar Route 44. Een tip dat we kregen van de hoteleigenaar en dat eigenlijk vlak aan onze camping van de dag ervoor lag. Het is eigenlijk een crafts en food markt. Best wel gezellig vertoeven. Achteraf bekeken was het ook de goedkoopste plek voor souvenirs. Toch wel, een beetje aan mispakt. In de grootste centrale hal ligt dan de food market. Je wordt er overspoeld door hapjes. Iedereen probeert zijn product te verkopen. Elk aangeboden hapje was gewoon uitermate lekker. Het maakte de keuze er niet makkelijker op. Jelle en ik kozen voor de quesadilla en nadien verse loempia’s om de holle tand te vullen. Omdat we er toch geen genoeg van kregen, namen we maar ineens een thaise schotel mee als avondeten.
Het was tevens de laatste dag van Dorthe en Kato. Natuurlijk was er nog net de tijd over voor een wine tasting. Ik moet zeggen dat ik zelf niet bepaald stond te springen voor een dosis alcohol. Daarvoor was mijn status nog te slecht. Kleine Zalze was dus ons 3e en tevens laatste wijnhuis van onze trip door Stellenbosch. Het was veruit de goedkoopste tasting (€1,5 per persoon voor 5 wijnen), maar kwalitatief nog steeds top. Ze hadden wel een veel zachtere smaak dan die van Constantia, Delheim en Hidden Valley. Toch was het een moeilijke bevalling om mijn glazen leeg te drinken.

Het was het laatste wapenfeit van Dorthe en Kato in dit deel van de reis. Hun weekje verlof zat er op en ze moesten hun stage in Johannesburg verder afmaken. Op 6 juni zouden we hen terug verwelkomen in Windhoek. Na het uitwuiven van de dames zetten Jelle en ik koers richting Worchester. Het toeristische gedeelte werd ingeruild voor nog weidsere landschappen afgewisseld met kleine doch schunnige dorpjes. De politie was dan ook alomtegenwoordig en we waren niet echt op ons gemak toen we in één van die plaatsjes moesten stoppen om te tanken.

In Worchester hadden we gekozen voor een camping aan een meer. Het meer stond echter helemaal droog. Van water was er dus geen sprake. Wij waren samen met de nachtwachter de enige gasten op de camping. Het zou achteraf bekeken onze slechtste kampplek zijn. Vooral dan qua douche faciliteiten. De dag sloten we af met ons thai food, een gin tonic (schol, Dorthe en Kato) en een kampvuur met zicht op de lege bedding. Ondertussen namen de windvlagen stevig toe en zakte de temperatuur.

Dag 9 – Africa Burn



De volgende ochtend trokken we richting het Tankwa Karoo National Park. Om van Kaapstad naar Namibië te rijden hadden we twee opties. Optie 1 was de kustlijn volgen. Opzoekwerk deed echter vermoeden dat er weinig te zien was buiten dan de idyllische vergezichten over de oceaan. Het had iets van een been there, done that. We verkozen dus optie 2, door het binnenland.
 
 Het eerste deel van de trip voerde ons langs wijnvelden zover je kan zien. Ik had voordien al een vermoeden dat de volledige wijnindustrie zich niet in en rond Stellenbosch had gevestigd. Stellenbosch was eerder voor de pracht en praal, niet voor de eigenlijke massaproductie van de wijn. De eigenlijke teelt bevond zich duidelijk in de regio achter Worcester. De laatste 100 kilometer ruilden we ook de asfaltwegen in voor gravelroutes. De wijngaarden hadden plaats gemaakt voor een steeds lagere vegetatie tot je uiteindelijk een enorm uitgestrekt zicht had over het niemandsland dat naast de Cederberge lag. Je voelde je haast alleen op de wereld. Het verbaasde ons dan ook toen er uit het niets een coffee shop, geen shop zoals in Nederland maar effectief voor koffie, opdoemde.
 


Onze GPS had een 7uur durende rit voorspelt. Dat oude ding was echt een ramp om afstanden degelijk in te schatten want tegen de middag waren we reeds in het Tankwa Tented Camp. De gastvrouw van dienst wist ons te vertellen dat we een week te laat waren voor de Africa Burn. Een concept gebaseerd op Burning Man in Amerika. Ik wist totaal niet waar het over ging, Jelle daarentegen wel. Vorige week overspoelden 13.500 bezoekers de Tankwa Karoo woestijn voor de Africa Burn. Hierbij worden er houtsculpturen geplaats en elke dag worden er in de fik gestoken. Dat gaat dan gepaard met de nodige drank, muziek en ik vermoed ook sloten drugs aan de foto’s te zien. Het is onwaarschijnlijk om te bedenken dat dit plaatsje amper een week geleden werd overspoeld door een bende hippies. Later op de dag zagen we nog enkelingen die er nog steeds vertoefden.  Het voordeel was wel dat de site van de Africa Burn nog aanwezig was. Zodoende reden Jelle en ik er naartoe en bezochten de hele site. Sommige sculpturen waren nog steeds aanwezig. In de namiddag keerden we terug naar de camping voor een lui momentje in de hangmat. Zulke momenten moesten af en toe eens worden ingelast. Later keerden we terug naar de Africa Burn site om de zonsondergang te fotograferen. Enkele hippies waren er bezig met het maken van filmpjes. Een of andere in het wit getooide nimf maakte rondjes met een stok terwijl er een cameravrouw stond te filmen. Het zag er eigenlijk enorm idioot uit. Bovenop de in hout vervaardigde doolhof, een permanent overblijfsel van het festival, hadden we een prachtig zicht over de woestijn en de zonsondergang.


 
We keerden terug naar het Tankwa Tented Camp voor het avondmaal. We hadden ons ingeschreven voor het diner: Spareribs met pap. Pap is een traditioneel bijgerecht en lijkt op een maispuree. Na het eten werden we in de bar verwacht. Tijdens de kennismaking met de gastvrouw had ik verteld dat onze trip naar Namibië leidt. De ogen van Elzebet fonkelden. Het bleek de favoriete bestemming van haar en haar man te zijn. We moesten ’s avonds zeker langskomen voor de nodige tips. Zogezegd zo gedaan. We gooiden onze wegenkaart van Namibië open. Wessel, de man van Elzebet, gooide er in een razend tempo de ene na de andere tip uit. Jelle probeerde te volgen op de kaart hoe Wessel met fluostift alles aanduidde. Ik schreef dan weer als een gek het spervuur aan tips op. De tips van Wessel en Elzebet zouden een leidraad doorheen onze vakantie worden. Het gaf ons een duidelijker zicht op de trip én leverde ons enkele toppers op om te overnachten. Nadien trachtten we nog een kampvuur op te zetten, maar de wind raasde weer als een gek over de camping. We gaven er dan ook heel snel de brui aan.

Dag 10 – Verrassende oase in niemandsland



Als je van Zuid-Afrika naar Namibië trekt dan moet je nu eenmaal veel kilometers malen. Dat was vandaag niet anders. We trokken van Tankwa Karoo naar de Augrabies Falls. Een trip van een dikke 6 uur. Onderweg werd het landschap uitgestrekter met de kilometer. Het gaf een heel desolaat gevoel, zeker omdat je om de 100 kilometer heel misschien eens een tegenligger passeerde. Ondertussen zong Sting over zijn Fields of Gold. De frontman van The Police doelde in zijn liefdeslied over korenvelden, maar ergens was de term field of gold ook wel passend voor deze regio. Hoe desolaat en eentonig zo’n droog gebied ook mag lijken, het varieert enorm. Zeker qua kleurenpallet. Van een eerder paarse schijn over het gele en later oranje van de woestijngrond tot de gouden tint die het meekrijgt van dor gras. 


 
Heel even kwamen we weer in de bewoonde wereld. Een ideale tussenstop om nog eens wat inkopen te doen. We werden als toeristen uiteraard met arendsogen bekeken. Een groepje kinderen kwam bedelen om van alles en nog wat. Na ons winkelintermezzo stopten we hen dan maar wat kleingeld (R10) toe. Het was duidelijk niet genoeg voor de gasten. Tja, lesje weer geleerd zeker.
De kampplaats die we voorogen hadden zou aan de Oranje rivier liggen. De laatste 20 kilometers voerden ons door een zandweg in niemandsland. De regio leek wel op dat van grote citrus telers. Plots zagen we het bord ‘Khamkirri – home of the leopard’. We volgden de weg en kwamen aan in een door bouwvakkers omgeven camping. We waagden het erop en gingen opzoek naar een receptie. Een helpster kwam ons te gemoed, bood ons twee biertjes aan en vroeg ons te wachten tot zij de eigenares had bereikt. Ondertussen zetten we ons op het terras met uitkijk op de Oranje rivier. De setting was echt prachtig. Even later werden we begroet door een vriendelijke dame. Philippa bleek de eigenares te zijn. Ze vertelde ons dat de verbouwingen in zijn laatste fase zaten. De heropening staat gepland voor 12 juni. Ondanks de verbouwingen konden we hier overnachten. De campingplaats was al klaar, de laatste werken bevonden zich enkel rond het hoofdgebouw. Philippa gaf ons nog de nodige tips mee voor onze planning voor morgen. Jelle vroeg haar nog vanwaar de uitdrukking ‘home of the leopard’. “Ahja, er loopt hier regelmatig een vrouwtje met een welp over de camping. Nu iets minder frequent door het lawaai van de verbouwingen. Maar ze doet niets hoor!” Jelle zou later bijna van zijn stoel vliegen toen hij in het duister 2 gele ogen naar hem zag staren. Het bleek een gewone kat te zijn…. Feit is wel dat dit een absolute toplocatie wordt eens de verbouwingen klaar zijn.
 
Dag 11 – Hot Spring Jacuzzi

Philippa had ons daags voordien dus enkele tips gegeven. Starten deden we bij Berg En Dal voor een echte moorkoffie. Daarna zetten we koers naar de hotsprings. De weg ging op en over de bergen. Dat mag je letterlijk nemen. Eenmaal aangekomen bleek het niet om een gigantisch dampende massa te gaan. Het poeltje was zo groot als een gemiddelde jacuzzi. Niettegenstaande was het fijn vertoeven. Het water deed deugd op deze verschroeiend warme dag. Het lag eerder in een canyon en in de lucht zag je een arend zweven.


 
Nadien reden we door naar de eigenlijke Augrabies Falls. De weg ernaartoe was lang, maar werkelijk fenomenaal. Dwars door de canyon. De Oranje Rivier is de langste van Zuid-Afrika en dondert bij Augrabies 56 meter naar beneden. Bij aankomst zagen we foto’s van de watervallen na stortregens. Dan is het een overweldigende massa water dat met enorme kracht naar beneden dondert. Vandaag was dat niet het geval. Hier op de grens met Namibië, en in Namibië zelf, kreunen ze onder de ergste droogte in 100 jaar. Al 8 maanden zagen ze geen druppel. Vanop de paden keken we in de afgrond naar de Oranje Rivier. Het blijft een diepe kloof, maar doordat de rivier zo laag stond door de droogte is het ook niet echt indrukwekkend. Augrabies Falls is tevens een nationaal park. We ondernamen dan ook een gamedrive voor een zoektocht naar wildlife. Er zouden onder andere giraffen te spotten zijn, maar dat geluk hadden we vandaag niet. Enkele gemsbokken en een prachtige arend waren de enige dieren die we vonden.

Het werd al laat en we reden terug naar Khamkirri. De camping was ideaal om nog een tweede dag te spenderen. Bij onze terugkomst begroette Philippa ons weer met de glimlach. Bij enkele Windhoek biertjes overliepen we met haar onze dag. Ze praatte nog honderduit over het leven in Zuid-Afrika en de regio alvorens ons te laten. We moesten zeker eens terugkomen als de verbouwingen klaar waren. Bij een kampvuur en de Europa League finale op stream sloten we de dag af.

Dag 12 – Ruilhandel


 
Onze Toyota Hilux mocht vandaag de benen nog eens strekken. Vanaf Augrabies Falls ging het in een trek door over de Namibische grens en naar Fish River Canyon. Een trip van meer dan 5 uur. Daar mag je enig oponthoud aan de grens bij tellen. Eerst kom je aan de Zuid-Afrikaanse grenspost. Met de nodige papieren die we van Bushlore hadden meegekregen meldden we ons aan. De vrouw achter de balie deed alsof het haar eerste werkdag was en werkte tergend traag. Wanneer ze eindelijk alles had genoteerd, gaf ze onze papieren aan een volgende beambte. Deze zou de wagen controleren. De man stuurde ons echter weer naar een volgende balie. Aan die balie zeiden ze dan weer dat we ons eerst in de bureau naast de zijnen dienden aan te melden. Eens we daar klaar waren voor de nodige stempels keerden we terug naar hem. Bleek het niet meer nodig om er te passeren en we moesten ons terug aan de beambte melden met een in hun ogen superbelangrijk formulier. Oké, wij terug naar de controleur. Hij kijkt van ver naar de wagen, zegt dat we onder een brug moesten gaan parkeren in afwachting van de controle die zou gebeuren door nog iemand anders. Zo gezegd zo gedaan en wij naar daar. Komt de andere controleur er aan, kijkt ons aan en zegt niets meer dan ‘oké’. We vragen hem nog wat we met dat superbelangrijke document moeten doen. Hij kijkt eens raar, neemt het aan en bolt het af. Voor ons het sein om gewoon hetzelfde te doen en we rijden verder. Een dikke 20 kilometer later kom je dan aan de grens van Namibië. We komen aangereden, worden onmiddellijk begroet en krijgen duidelijke instructies. We gaan bij customs binnen, noteren een verblijfsdocument en krijgen de nodige stempels. Ondertussen had iemand alle details van onze wagen al genoteerd en nagekeken waarna we nog snel de taks dienden te betalen. Klaar is kees en in een wip en een flik waren we weer on the road. Eat that South Africa.

De volgende halte was het Canyon Road House, een tip die we van Elzebeth en Wessel hadden gekregen. Het hoofdgebouw is prachtig ingericht met oog voor details. We melden ons aan voor één overnachting. Terwijl Jelle nog naar souvenirs staat te kijken, wil ik aan de bar twee pintjes bestellen. Die kans zou ik nooit krijgen want ik werd direct aangeklampt door twee Zuid-Afrikanen. Twee stevige kerels die me quasi verplichten om mee brandy & coke te drinken. Ondertussen was ook Jelle niet ontkomen aan onze nieuwe vrienden, Erwee en Darius. Op een uurtje tijd vloog de brandy en Kleine Keile ons om de oren. Een tempo om U tegen te zeggen. Kleine Keile zijn trouwens flesjes ter grote van Flugel, maar dan een pak sterker. Er hing ook een spel aan vast. Je draait de dop eraf en zet die op je neus. Vervolgens neem je het flesje zonder handen in je mond en giet het in één trek binnen. Daarna checkt iedereen de onderkant van zijn flesje want er staat een getal op. Diegene met het hoogste getal betaalt de ronde. Tussen al het drankgelag door wisten Erwee en Darius ons te vertellen dat ze Zuid-Afrikaanse boeren zijn. Ze trekken door Namibië voor een mengeling van familiebezoek en vakantie. De twee heren wisten ons ook te vertellen dat ze nog geen slaapplek hadden en in hun auto zouden slapen. Aangezien wij een extra daktent hadden, maakten we een deal. In ruil voor een slaapplek en een fles brandy maakten zij traditionele braai en pap. De heren waren direct akkoord en pochten met het vlees dat ze in hun koelkast hadden. Vacuüm verpakt, zelfgeslacht en van de eigen boerderij. Eigenlijk had ik het niet zo voor de snelle handelwijze van de heren die ook voortdurend zaten af te pingelen met de barman. Als cipier heb ik een wantrouwen gecreëerd tegen vreemde mensen. Bovendien hoorde ik Darius aan de telefoon zeggen dat hij moest zien wat hij zei in het Afrikaans omdat Jelle en ik het deels verstonden. Jelle daarentegen was pro en ik liet het wantrouwen vallen.
Wanneer Jelle en ik aan de kampplek kwamen, waren onze twee gasten de braai al aan het aansteken. Bij braai maak je eigenlijk een groot kampvuur. Eens dat is herleid tot kolen, schep je deze op en leg je ze onder de gril. Zo heb je een ideale temperatuur voor je vlees of vis. Enige nadeel? Het duurt een dikke 3 uur wat in dit geval 3 uur comazuipen betekende. Omdat Belgen nu eenmaal bekend staan om hun bier werden we gepusht om een adfundum uit te voeren. Kregen we een ijskoude halve liter in de pollen geduwd. Onze competitieve kant was in de bar al aangewakkerd dus gewillig zetten we am prosit in en goten het gerstennat binnen. Tot groot jolijt van de heren. Nadien was het weer al brandy en coke (coca cola hé!, niet de witte poeder) dat de klok sloeg. Grappige taferelen, zoals een spel waarbij je om ter hardst aan elkaars wijsvinger trekt en wie eerst lost verliest (pijnlijke zaak trouwens), wisselden grimmige onderwerpen zoals racisme af. Statements en vragen zoals ‘Mendela is a criminal’ en ‘Would you kiss a black girl?’ passeerden de revue.

Echt vredelievend waren de heren op dat vlak niet. Langs de andere kant werd duidelijk dat er tegenwoordig veel problemen zijn tussen de zwarte gemeenschap en blanken, specifiek dan boeren. Boeren worden meer en meer vervolgd, gemarteld en vermoord. En als het niet die extremen aanneemt dan geldt er pestgedrag zoals moeilijkheden met gekleurde machtshebbers. Zeker bij grensposten en controles. Boeren en blanken krijgen te maken met deze represailles door de apartheid. Nochtans heeft deze generatie geen aandeel gehad in die regels. Als het over deze onderwerpen ging, praatten we de heren een beetje naar de mond. Later op deze vakantie zouden we nog twee keer mensen tegenkomen die spontaan vertelden over de ‘omgekeerde apartheid’ en het uitmoorden van boeren en blanken. Eentje zei zelfs dat een burgeroorlog in Zuid-Afrika wel heel dichtbij komt. Die andere bronnen waren geen blanke, racistische boeren waardoor ik meer en meer geloof hecht aan de problematiek die volgens hen nog steeds heerst in deze landen.

Nu goed, het merendeel van de avond was ronduit amusant. Ondertussen was de avond ook gevallen en was de braai bijna klaar. Niet dat ik er veel van meekreeg. Vlak na mijn eerste hap van een mals stukje biefstuk sloeg de man met de fictieve hamer ferm op mijn kop. Er zat niets anders op dan mijn roes uit te slapen. ’s Ochtends hoorde  ik van Jelle dat de braai en pap heerlijk waren. En hij dicht zichzelf de overwinning toe van het drankgelag. Sterk!

Dag 13 – Fish River Canyon
 
“Wat is er gebeurd” en “Ik drink nooit meer” passeerden weer vlot de revue in mijn houten kop. Ik was wel niet de enige die nog wat dronken uit zijn tent kroop. Erwee en Darius wilden eigenlijk snachts alweer op pad gaan, maar gaven grif toe dat ze daarvoor niet in staat waren. Even later namen we afscheid hen. Gans de reis zouden ze nog contact houden met Jelle. Fijne maar speciale kerels.
Jelle en ik reden naar het iets verder gelegen Fish River Canyon. Het is de op één na langste canyon ter wereld. Enkel de Grand Canyon in de USA is langer. Het uitzicht is adembenemend. De kloof is ontzettend diep en loopt zover als je kan kijken. Wat me echter het meest bij blijft, is de absolute stilte. Ik zat op een bankje voor me uit te staren en werd plots gewaar dat er een moment helemaal géén geluid was. Geen vogels. Geen auto’s. Geen mensen. Gewoon niets. Heerlijk eens je er bij stil staat en er van kan genieten.



Na de canyon ging het verder richting Lüderitz. Ons basiskamp zouden we echter iets ervoor zetten, meer bepaald in Aus. De komende twee nachten verbleven we op de camping Kleine-Aus Vista. Een prachtige locatie omgeven door de bergen.
 


Dag 14 – Spookdorp
 


Op tijd de veren uit, douchen, de was doen (moet ook gebeuren bij een roadtrip van net geen 5 weken) en vertrekken. De eerste stop was iets waar we beiden vooraf naar uitkeken: Kolmanskop. In 1908 vond een Namibische werknemer diamanten in het gebied. De Duitsers, die toen over Namibië regeerden, zagen natuurlijk wat in de blingbling en zette het gebied om in spergebied. De eerste diamantontginners hadden weelde te over en bouwden Kolmanskop uit met villa’s, een hospitaal, een bowlingbaan, een school, … In de jaren 50 ging de vondst van diamanten echter snel bergaf. Zo erg zelfs dat Kolmanskop in 1956 werd verlaten. Sindsdien is het overgeleverd aan de woestijn. Het is maf om te zien hoe het zand alle huizen en gebouwen inpalmden. Het heeft iets surreëels en eigenlijk is het prachtig. Zeker en vast de moeite om te bezoeken. Let wel, het dorp is enkel te bezoeken van 8u00 tot 13u00. Vermoedelijk omdat de bedreigde zwarte Hyena mede-eigenaar is geworden van de verschillende huizen. Menig website en reisboek zal je ook vertellen dat je een permit nodig hebt en deze dient te halen in Lüderitz. Die informatie klopt niet. Gewoon 100N$ per persoon betalen aan de ingang.





Na een uurtje of twee ronddwalen in de spookachtige setting reden we door naar het vissersstadje Lüderitz. Aan de harbour had de lokale school een soort van verkoop. De kids verkochten allerhande lekkernijen voor hun eigen ‘enterprise’. Wij kozen echter voor een restaurant met zicht op de haven en de verkopende kids. Een gezellige drukte, zeker en vast. Onder het motto ‘ik doen is zot’ koos Jelle voor slakken in look en kaassaus als starter. Met een bedenkelijke blik in zijn richting hield ik het braaf bij scampi in loos en kaassaus. Hij vloekte vooraf meermaals om zijn keuze, maar eens hij eraan begon bleek het gewoon echt lekker te zijn. Ik liet me dan ook overhalen en kan het beamen. Het ziet er niet uit, maar smaken doet het wel. Ook de hoofdschotel, paella met zeevruchten, was om duimen en vingers af te likken. Met onze gevulde horecagezwellen vervolgden we de weg naar Diaz Point. Onderweg heb je echt een rare kakafonie van landschappen. Links van je liggen woestijnachtige heuvels, rechts de wetlands en daarachter kronkelt de oceaan en staan er flamingo’s pootje te baden. Bij Diaz Point raasde de wind als een gek en blies de golven tegen de rotsen. We beklommen een uitkijkpunt en hadden alle moeite van de wereld om op de been te blijven. Ook hier voelde je je weer desolaat en dat maakt het prachtig. Je kan ten volle genieten van alle elementen die zo’n plek te bieden heeft.

Nadien ging het naar Grosse Bucht, grote bocht. Die grote bocht mag je trouwens letterlijk nemen. Het staat al van in Lüderitz aangegeven en bleek niet meer dan een u-turn te zijn. Dan maar snel tanken in Lüderitz alvorens terug te keren naar Aus. Dat snel tanken, hoef je dan weer niet letterlijk te nemen. Onmiddellijk vlogen 6 energieke medewerkers rond onze Toyota. Met de nodige flair wasten ze de auto en tankten ze de wagen vol. Veel kennis hadden ze van een Toyota met dubbele brandstoftank wel niet waardoor het ellenlang duurde. Eenmaal afgehandeld reden we dus terug richting de Kleine Aus-Vista. Vlak voor Aus hielden we nog een stop. Elke ochtend en avond zouden er aan deze drankpoel veel wilde paarden komen om te drinken. Verschillende bronnen zeiden om er zeker om 17u00 langs te gaan. Wél, we zagen niet één wild paard aan de poel. Tegenvaller dus. Ze hadden waarschijnlijk net vandaag geen dorst.
 
Terug aan het hoofdgebouw van de camping was het even de tijd om naar het thuisfront te bellen. Ella en Levi waren duidelijk nog niet gewend aan videogesprekken via whats app. Al zeker niet van nonkel Wesley in het verre Afrika waar het om 19u al donker is terwijl de zon zich nog broeierig liet gelden in Olen. Nadien schoven we onze voeten onder tafel in de Desert Kitchen van de camping. Een flesje Shiraz begeleide perfect de verschillende gangen: carpaccio van struisvogel, groentenquiche, butternutsoep en als hoofdgerecht de springbok steak. Ondertussen was de hemel helemaal opengetrokken en kon je de sterren haast niet meer tellen. Zo’n sterrenhemel is ondenkbaar in België. Zodoende amuseerden we ons nog met het fotograferen van diezelfde sterrenhemel. Geen sinecure, maar het resultaat mag gezien worden.

Dag 15 – Sesriem


 
Van Aus ging het in een lange rit door de woestijn naar Sesriem. Onderweg passeerden we vele gemsbokken, enkele lepelvossen en de zeldzame Hartmans Mountain Zebra. Die laatste is blijkbaar zeer moeilijk te spotten dus we hadden geluk. Sesriem is eigenlijk de uitvalsbasis voor de bezienswaardigheden van Sossusvlei. Je kan opteren voor een camping buiten de poorten van het nationale park of zoals ons de ene camping binnen de poorten nemen. Het verschil is de tijd waarop je in de ochtend het park mag betreden. De kampeerders binnen de poorten hebben de kans om vroeger te vertrekken dan de anderen. Je betaalt er wel een prijsje voor. Een nachtje kost je €21,75 per persoon op één van de minste campings tijdens ons verblijf in Namibië. Bovenop betaal je nog een €11 voor de permit.

Wij lieten Sossusvlei nog een dagje op ons wachten. Het was broeierig warm en we waren best moe van de vele kilometers die we ondertussen hadden gemaald. Half groggy dronken we iets in de bar alvorens ons terug te trekken in onze hangmatten. Ik las er Into The Wild uit, het boek over het leven van Chris McCandless, dat later verfilmd werd door Sean Penn. Ik kende het verhaal wel van Reizen Waes en heb recent de soundtrack van Eddie Vedder op LP, maar zag de film en las het boek nog nooit. Voor wie het nu in Keulen hoort donderden: het verhaal gaat als volgt. De jonge rechtenstudent Chris McCandless is van rijke komaf, maar heeft het gehad met al het materialisme en prestatiedrang in de wereld. Hij verkoopt zijn hebben en houden, schenkt zijn spaarcenten aan Oxfam, breekt volledig met zijn familie en omgeving en gaat voortaan als zwerver door het leven. Hij wil de wereld beleven zoals de wereld in zijn ogen ooit bedoeld is. Zijn ultieme droom is om in Alaska te overleven met datgene dat de aarde hem te bieden heeft. Hij slaat zijn basiskamp op in een achtergelaten bus. Hoe het verder gaat moet je zelf maar lezen, of kijken als je meer van film houdt. Het boek is een aanrader en leest als een trein. Maar achteraf had ik geen idee of ik McCandless nu een totale idioot moest vinden of niet….

Dag 16 – Moet er nog zand zijn?

Zoals ik daarnet al aanhaalde, sliepen we binnen de poort van het nationale park. Het gaf ons de kans om voor de andere bezoekers de weg naar Dune 45 en Sossusvlei in te zetten. Nu ja, als je tijdig opstaat toch. Niet dat we lang in onze tenten lagen te stinken, de zonsondergang moest nog komen, maar onze camping was reeds leeg en aan de poorten stonden tientallen terreinwagens en bussen te wachten tot de route open ging. Voor ons het sein om ons tempo nog iets trager te leggen en de massa gewoon te laten passeren. Achteraf bekeken een gouden zet want we slaagden er in op Dune 45, Sossusvlei en Hidden Valley buiten de drukte te blijven.


 
De geasfalteerde weg gaat recht van Sesriem naar Sossusvlei en is omringd door enorme zandduinen. Dit is een woestijn zoals je ze kent van afbeeldingen en films. De donker oranje kleuren zijn prachtig. Onderweg kom je Dune 45 tegen. Die 45 staat voor kilometerpaal 45, logisch. Deze stervormige duin van 170 meter is een van dé toeristische attracties. Vol goede moed sta je onderaan de duin en klaar om hem in snel tempo te beklimmen. Hoe moeilijk kan het zijn hé. Dat valt dus lelijk tegen. Door de vele toeristen is het zand een beetje aangetrapt, maar dat neemt niet weg dat je wegzakt bij elke stap. Bovendien is het best een steile beklimming. Ik heb onderweg meermaals gevloekt op het feit dat ik ben hervallen in mijn sigarettenverslaving. Eenmaal boven is het wel kicken. Het uitzicht is fenomenaal. Wij hadden ook nog eens het geluk dat wij de enigen waren die op de top stonden. Ideaal om er rustig bij te gaan zitten en te genieten van dit toch wel unieke landschap. Bij de afdaling had Jelle het lumineuze idee om de zijkant te nemen, daar waar het zand nog echt los zit. Hij was in ieder geval snel beneden.



De volgende stop was Death Valley. Als je een reisboek van Namibië leest dan zal je ongetwijfeld een foto zien waarbij de witte ondergrond van een zoutpan afsteekt tegen het oranje woestijnzand er achter. Bijna altijd zal er een boomstam in het midden van de foto staan. Dat is Death Valley, oftewel Deadvlei. Een zoutpan met bomen omgeven door een paar van ’s werelds hoogste woestijnduinen.  Om bij Deadvlei te geraken dien je een 4x4 terreinwagen te hebben. Is dat niet het geval dan dien je de auto een paar kilometer voordien te parkeren en kan je de tocht te voet of per safariwagen maken. Aangezien onze Hilux uiteraard een 4x4 is, konden we tot aan de pareking van Deadvlei rijden. Van hieruit is het een kleine 1,5 kilometer stappen. Het was enorm druk! Bussen vol fotograferende Chinezen en Nederlanders leken er te zijn gestopt. Op Deadvlei besloot ik dan ook om zo ver mogelijk naar de achterkant te stappen. Ver weg van de massa. Zoals vaak speelde Jelle uitgebreid de fotograaf en zocht ik een plekje vanwaar ik rustig kon rondkijken. Enige nadeel was het Chinees getier. Een Chinese wannabee topfotograaf vond het nodig om met haar schrale stem instructies te kelen naar haar ‘model’. Tientallen posities moest dat mens aannemen. Enerzijds enorm lachwekkend, anderzijds erg irritant.



Ondertussen werd het steeds warmer in de woestijn, maar onze trip zat er nog niet op. Na Deadvlei ging het naar Sossusvlei. Ook hier betreft het een zoutpan omringd door torenhoge duinen. Enige nadeel was dat wij niet wisten wat nu net Sossusvlei was. De vlakte leek eerder op een parking. Aangezien we een 4x4 bijhadden en in de veronderstelling waren dat we Sossusvlei nog niet hadden bereikt, reden we een stuk door het diepe zand. Tot we natuurlijk vast zaten. Een ranger deed in het voorbij rijden teken dat we terug moesten. We geraakten achteruit terug uit het zand. Enige nadeel? We stonden vast op een kleine zoutvlakte, omringd door zand en geraakten er niet meer weg. Na enkele wegen te hebben geprobeerd, besloten we dan maar de bandendruk fel te verlagen. En ik stapte niet meer in de wagen. Dat scheelt wel wat in gewicht…. Het plan lukte. Bij Sossusvlei zelf is dus eigenlijk weinig te zien. Of je moest goesting hebben om urenlang te wandelen op de duinen.

Op de terugweg besloten we wél te gaan hiken, meer bepaald naar Hidden Valley. Elk boek raadt aan om dit in de ochtend of late avond te doen en veel water mee te nemen. Wanneer willen wij de tocht maken? Juist ja, knal op het heetste van de dag. Niet verwonderlijk dat er niemand anders stond. Maar ach, 2,2 kilometer op en 2,2 kilometer af. Hoe moeilijk kan het zijn. Eén woord: AFZIEN! De hitte was moordend. Nergens kon je schaduw vinden. Het zand stapt ook moeilijker na een tijdje. Maar het ergste was dat ik mijn lichaam niet meer kreeg afgekoeld. Mijn bourgondische lichaam aangelegd met nicotine en alcoholresten was, en is nog steeds, niet gemaakt voor die omstandigheden. Ik strompelde meer dan dat ik wandelde. Het water in mijn bidons was ook nog eens warm geworden. Bij de laatste oriëntatiepaal zei ik tegen Jelle om naar de volgende te gaan kijken. Als Hidden Valley zich daar niet bevindt dan draait bibi gewoon terug. De verborgen zoutpan bevond zich inderdaad in het dal achter de duin. Ik keek even, maakte een diepe zucht en keerde om. Mijn kop zei enkel nog de woorden ‘water’ en ‘schaduw’. Die 2,2 kilometer maalde ik dan ook zo snel mogelijk af. Kapot maar voldaan bereikten we terug de wagen. Kop onder de kraan en effe uitblazen in de schaduw. Maar het was het allemaal waard.

Eenmaal terug in het Sesriem Camp dronken we een welverdiende cola en halve liter, je dacht toch niet dat de tocht een wake up call was, alvorens door te reizen. Het Agama River Camp lag een dikke 70 kilometer verder en was een ideale, goedkopere, uitvalsbasis voor het vervolg. De camping bleek ook hier nog volop in aanbouw te zijn, maar de campsites zelf waren reeds klaar. Tevens de beste douches die we de gehele reis zouden tegenkomen. ’s Avonds werden we nog aangevallen door een vleermuis en het gelach van Hyena’s in het duister zorgde niet voor een optimale gemoedsrust. Wat een dag.

Dag 17 -  The Lake


 
We hadden nog twee volle dagen om Windhoek te bereiken en zaten dus voor op schema. De rit van vandaag betrof ook amper 3 uurtjes. In België zou je zuchten als je voor 3 uur je wagen in moet kruipen, maar hier stelt die afstand niets voor. Het gaf ons de gelegenheid om alles rustig aan te pakken. Onderweg passeerden we dan ook nog eens Connie’s Coffe Shop en besloten te stoppen. Het bleek een voltreffer. Bij aankomst begroette Connie ons persoonlijk en liet zien hoe hij een stoofpotje maakte met behulp van de zon voor zijn gasten op de middag. Het rook overheerlijk. Wij hielden het bij de lekkere koffie. Keuze te over ook want Connie’s beschikt over verschillende soorten Afrikaanse koffie. Bovendien is hij gewoon een leuke vent die er gezellig komt bijzitten voor een babbel met als onderwerp de droogte (“ergste in 100 jaar”), het leven in Namibië, de andere landen waar hij woonde, onze gedachtegang als Europeanen, enzovoorts. Op de middag kwam een bus Duitse toeristen, Connie’s wekelijkse vaste inkomst, langs. Het sein voor ons om verder te rijden naar Rehoboth, onze slaapplaats van vandaag.


 
Verblijven deden we in het Lake Oanob Resort. Ook dit was een absolute voltreffer. Het betreft een kampplek met uitzicht over het gigantische meer. Prachtig uitzicht. In de vooravond deden we ook nog de plaatselijke gamedrive, op zoek naar giraffen. Die vonden we jammer genoeg niet, maar zagen wel wrattenzwijnen, gemsbokken en zebra’s. Jelle zwom nadien nog wat in het meer alvorens we de braai aanstaken voor kippenbouten en steak.
 
Dag 18 – Windhoek
 


Jelle nam nog snel een verfrissende ochtend duik in het Lake Oanob alvorens we doorreden naar Windhoek, de hoofdstad van Namibië. Al gauw hadden we een slaapplaats geregeld en zodoende hadden we tijd met de hopen vandaag. Dan maar starten met een Erdinger aan het zwembad. Nadien ging het door naar Joe’s Beerhouse. Elke reisgids zal gewag maken van dit café/restaurant. Het interieur heeft iets en je kan er eten. Al moet ik eerlijk toegeven dat ik er 2 dagen na elkaar niet zo geweldig heb gegeten. De steak was niet slecht, maar ook niet wauw.



Nadien was er de vraag ‘wat nu?’. Een stadstour maken, zouden we morgen al doen. Andere activiteiten waren er niet direct voor handen. Zodoende werd er nog eens uitgerust voor het komende deel van de reis, werd de map nog eens open gegooid om de komende twee weken te plannen en werd het thuisfront nog eens gecontacteerd. Nog snel een pasta binnensteken en dan de tent in.


Offline wekke

  • Berichten: 2630
  • Geslacht: Man
Re: Wekke - foto's en verslagen
« Reactie #672 Gepost op: aug 15, 2019, 11:39:35 »
Dag 19 – Welcome Back

We waren tijdig opgestaan om naar de luchthaven te rijden. Onze verbazing was dan ook groot toen een berichtje luidde dat de dames waren geland. Oeps! Blijkbaar vergist van uur. Vanuit Windhoek is Hosea Kutako Airport amper een half uurtje rijden. Dorthe en Kato dienden dus niet te lang te wachten. En zo waren we terug met 4 voor het restant van de reis. Nadien werd er ingecheckt in het Rivendell Guesthouse in Windhoek. Op de middag pikte gids Petrus van Chameleon ons op voor een stadstour. Het eerste deel van de tour ging over de geschiedenis van Namibië. Petrus toornde ons mee naar onder andere een kerk (een gemiddeld Belgisch boerengat heeft een grotere), het parlement en Alte Feste. Straatnamen verwezen naar dubieuze figuren zoals Fidel Castro en Mugabo terwijl meerdere staatsgebouwen zijn gezet door Noord-Korea. Het doet je vragen stellen bij de bondgenoten van Namibië. Nochtans lijken de inwoners tevreden en staan ze steeds klaar met de glimlach. Ze spreken ook met het nodige respect over de vroegere Duitse bezetter, maar dat heeft eerder een hypocriete bijklank.

Duitsland kwam eigenlijk met een soort handelsmissie naar Namibië. In ruil voor paarden en wapens kregen de Duitsers een stuk land dat nu het huidige Windhoek is. Van hieruit bouwde men de Alte Feste en kon men ruilhandel voeren met de verschillende inheemse clans. Toen de Herero clan aan de Duitsers vroeg om een rivaliserende clan te bestrijden, weigerden de Duitsers. Blijkbaar kwamen ze voor één keer toch eens in vrede. Het was een slag in het gezegd van de Herero. Ze besloten dan maar de Duitsers aan te vallen en een deel te vermoorden. Een enkeling liet men in leven, weliswaar zonder oren, om een statement te maken. Natuurlijk zinden de Duitsers op wraak. Men riep versterking op en trok ten aanval tegen de Herero. De andere Namibische clans zagen het gebeuren en schoten de Herero ter hulp. De Duitsers waren nu helemaal furieus en wat volgde was niet alleen een overwinning op oorlogsgebied, maar ook een heuse genocide inclusief martelingen. Ondertussen lachte Zuid-Afrika in zijn vuistje. Het lag al even op de loer om Namibië in te palmen. Ze verrasten de Duitsers en namen hun buurland over. Inclusief apartheidsregime tot de onafhankelijkheid in 1990. Kortom, Namibië riep meer dan een eeuw miserie over zich heen door 1 domme actie (een misverstand in hun ogen). Nu zien ze in dat de Duitsers goede bedoelingen hadden en dat Zuid-Afrika een véél ergere ‘baas’ was. Een hypocriete bijklank dus.

Na de geschiedenisles ging het naar Kututura, de township van Windhoek. Tijdens het apartheidsregime werd de stad in twee delen gesplitst. Zwart, mokka, geel, rood, … kortom elke niet blanke mocht niet in de stad verblijven en werd uitgewezen naar Kututura. Anderskleurigen mochten ook niet naar dezelfde instanties, bijvoorbeeld ziekenhuizen, als de blanken. Vandaar dat de township Kututura ook over zulke faciliteiten beschikt. Petrus nam ons mee naar de lokale markt waar we Capana aten, gebraaid vlees met wel erg spicy kruiden.

De laatste stop was bij Penduka Village. Hier leren vrouwen die elders uit de boot vallen, bijvoorbeeld doven, een handwerk. Deze werken worden later verkocht zodat de vrouwen een inkomen hebben. Als men nadien wenst om op zelfstandige basis te gaan werken dan voorziet de organisatie zelfs in hulp zoals de sponsoring van een naaimachine. Na de rondleiding kregen we uiteraard nog de kans om souvenirs aan te kopen.

Na de toer gingen we nog naar Joe’s Beer House om een hapje te eten. Mijn oryx schnitzel was eerder aan de droge kant. Ook Jelle was niet zo overweldigd door zijn saté van oa. Springbok en zebra.

Dag 20 – Gin and Tonics


 
Na Windhoek ging het richting Walvis Bay. Een ritje van vier uur, kwestie van Dorthe en Kato direct terug in de roadtrip flow te zetten. De reisgidsen vertellen allemaal dat Walvis Bay een opkomend stadje is waarbij je kan keuvelen langs de verschillende villa’s en het strand. Eerlijk gezegd, in Walvis is geen klos te zien. We maakten dan maar een lang strandwandeling. In het water stonden grote groepen Flamingo’s pootje te baden. Aan het einde van het strand lag een strandbar. Het was er gezellig vertoeven. De nodige gin-tonics en stukjes sushi werden genuttigd. ’s Avonds op de camping nog een family pizza en de nodige Amarula binnen werken en de dag zat er op.

Dag 21 – Biergarten

Van Walvis Bay ging het in een korte rit naar Swakopmund. Het was onmiddellijk duidelijk dat Walvisbaai nog veel boterhammen mag eten om Swakopmund bij te benen. Die laatste is zo’n typisch toeristisch stadje aan zee met zijn vele winkeltjes, bars, … Zelf verbleven we in de Tiger Reef Camping. Deze kan je best vooraf reserveren want de plaatsen zijn eerder beperkt. Na het inchecken en de nodige opkuis- en sorteerwerken aan de jeep, ging het richting het kleine centrum. Souvenirs shoppen, het moet ook al eens gebeuren. Nadien stopten we bij een Duits ogende bar met vanachter zijn biergarten. Het was een gezellige drukte. De halve liters en schnaps vloeiden rijkelijk aan de verschillende tafels en door de boxen klonk Duitse schlager muziek. Mocht het geen 30 graden zijn dan zou je jezelf wanen op de après-ski. Terwijl ik nipte van mijn weissbier kreeg ik een berichtje van mijn broer Sonny of hij eens kon bellen. Even later belde hij me op via facetime, maar het beeld stond stil. Het enige dat ik kon zien, was mijn schoonzus in een ziekenhuis bed. Na enkele pogingen lukte het dan toch om deftig te bellen. Ik vreesde al voor iets ergs, maar het werd heugelijk nieuws. Net als mijn andere broer Sammy wordt ook hij papa. Prachtig. Voor de vierde keer nonkel. Dat wordt sparen en minder reizen… Alhoewel…



Met een grijns tot achter mijn oren wandelden we terug naar de Tiger Reef Camping. De camping beschikt over zijn eigen beachbar. Het was zalig vertoeven op het strand. Rosé wijntje in de hand kijkend naar de ondergaande zon terwijl honden en kinderen spelen met het water en zand. Een zeeleeuw ging als een speer door de woeste golven. Ik verliet de anderen vroeger om de braai aan te steken. Effe rustig alleen het vuur aansteken met een glasje wijn erbij. Ik kan er al wel eens van genieten. De anderen kwamen perfect op tijd, en semi-beschonken, weer aan voor de nodige saté’s en steak. Nadien werd het nog een spelletjesavond om te gieren!

Dag 22 – Quads & Sandboards



Het was een eerder trage ochtend voor sommigen. Geen probleem want we hadden alle tijd. Omstreeks 10u kwam iemand van Dessert Adventures ons oppikken. Gisteren waren we op weg naar de camping gestopt bij de zaak. Ze bieden verschillende woestijnactiviteiten aan. Wij boekten de combinatie Quad and Sandboard. Jelle wou erg graag rechtstaand sandboarden (snowboarden op de woestijnheuvels dus), maar Dessert Adventures bood deze optie niet meer aan. Blijkbaar is het enorm moeilijk en breekt het bord erg snel. Dan maar liggend sandboarden. Maar eerst dus de quads. In een rijtje ging het op een gezapig tempo door het woestijnzand. In het begin volgden Jelle en ik braafjes, maar boys will be boys en het begon te kriebelen om andere toeren uit te halen. Zodoende lieten we ons constant ver achter de gids en meisjes terugzakken om dan vol gas te geven of elkaar voorbij te steken. Als de anderen een korte bocht tegen de duinflank namen dan namen wij die haast tot tegen de top. Fun verzekerd! Op die ene keer dat ik vast reeds na dan. Al was het wel steeds opletten. Op een heuvel gaf ik iets teveel gas waardoor ik enkel nog mijn stuur vast had. Jelle zei nadien dat hij enkel nog mijn rugzak zag en dacht dat ik ergens in de kant zou liggen.



Na een rit van 1,5 uur stopten we boven op een hoge woestijnduin. Onze gids vette de sandboards in. Het betreffend dus liggend sandboarden. Kortom, je legt je op een plank, heft je ellenbogen en voeten op en laat je glijden. Het gaat een pak sneller dan je zou denken. Het is wel opletten voor hobbelige stukken want dat slaat echt hard op je lichaam. De enige tegenvaller? What goes down, must go up. De steile klim terug omhoog was een echte kuitenbijter. Hoe leuk het ook was, na de tweede afdaling gaven we er de brui aan en genoten we nog van het uitzicht. Een woestijn heeft toch echt wel iets prachtigs. Na het sandboarden was het nog een dik half uur rijden met de quad. Iedereen had zin om eens goed gas te geven, maar onze gids bleef een gezapig tempo aangeven. Onderweg liet hij wel nog even uitschijnen dat hij een uitstekend fotograaf is. De nodige groepsfoto’s werden dan ook genomen.
Eenmaal terug op de camping was de late namiddag reeds aangekomen. We vertoefden nog een laatste keer op het strand, maar voor het eerst was het betrokken weer. De avond sloten we af in het restaurant van de beachbar alvorens de tenten op te zoeken.

Dag 23 – Cape Cross


 
Van Swakopmund ging het naar Cape Cross. Cape Cross staat bekend om zijn gigantische kolonie zeehonden. Tijdens de paartijd wordt het strand bevolkt door bijna een half miljoen zeehonden. Nu zijn dat er een 150.000, vrouwtjes en jongen. De mannetjes blijven niet bij hun gezin en enkel terug om te paren. Als je uitstapt bij Cape Cross dan kan je wel best een wasknijper op je neus zetten. Wat een afschuwelijke stank! De dieren hoesten, loeien of giechelen er op een griezelige manier op los. Vanaf de auto tot de afgeschermde wandelpad moet je wel door de eerste zeehonden. Hier is het opletten geblazen want ze kunnen geïrriteerd reageren en proberen te bijten. Vanop de wandelpad heb je zicht op de oceaan en het strand. Zeehonden zo ver het oog kan reiken. In de verte verscheurden enkele jakhalzen een karkas. The circle of life.
 


Na Cape Cross draaiden we terug naar Hinties Bay. Ons originele planning stelde Skeleton Coast als ‘must-see’, maar naar mate de reis vorderde lieten we dat plan varen. Er waren teveel contra’s aan verbonden: Wessel raadde het af omwille van de moeilijke wegen, bepaalde bronnen zeiden dat de scheepswrakken ondertussen weggerot zijn en het ligt niet echt in de richting. Genoeg redenen om het te schrappen dus. Wij kozen er dan ook voor om richting Damaraland te trekken. Eerst stopten we dus in Henties Bay. We hadden het lumineuze idee om verse vis in te slaan en ’s avonds te braaien. Dat bleek nog geen sinecure te zijn. Echte vismarkten waren we in Namibië nog niet tegengekomen. Dan maar wat mensen aanspreken. Uiteindelijk kwamen we terecht in een aaswinkel waar ze ook diepgevroren vis hadden. De ouwe snoeper van een verkoper had het wel gezien in de dames en liet zich gelden. Rare mens met rare humor. Aan de overkant van de straat hielden we nog onze middagstop voor een pizza en partijtje pool. Winnen tegen Jelle in cafésporten is echter een utopie.

Van Henties Bay ging het meer het binnenland in richting Uis. Dat we de kustlijn verlieten, was duidelijk te voelen aan de temperatuur: een verschil van maar liefst 18 graden. Het was bakken in Uis. Geen wonder dat de campspots van de dag voorzien waren van een afdak waaronder de auto en de daktenten konden staan. Voor het overige waren we terug aanbeland in de middle of nowhere en was de camping vooral omgeven door rotsformaties. Na een verfrissende duik in het zwembad was het tijd om het avondmaal te bereiden. Jelle fileerde voor het eerst een vis. De eerste was eerder een bloederige onhandige bedoening. De tweede ging een pak beter. De nodige groentjes en kruiden werden toegevoegd en zo de braai op. Heerlijk! De avond werd afgesloten aan het kampvuur. In mijn geval véél te veel….

Dag 24 – The Desert Elephant


 
Via Uis ging het vandaag naar Twyfelfontein. Volgens onze reisgids stond de regio bekend om twee dingen: de rotsschilderingen van de oude stammen en de woestijnolifanten. Bij de eerste camping werd er dan ook gepolst naar beide activiteiten. De rotsschilderingen waren geen enkel probleem. Dat was een klein stukje verder rijden en inkom betalen voor een gegidste toer. De woestijnolifanten waren andere koek. De camping kon een gids voorzien die bij ons in de auto zou stappen en met ons op zoek zou gaan naar de dieren. Kostprijs: €100. Te duur naar onze zin. Toch zeker om het met de eigen wagen te doen. Na wat zoeken en twijfelen verkozen we eerst de rotschilderingen te gaan bezichtigen. Een korte wandeling met een saaie gids die enkel de dieren benoemde die op de rotsen waren geschilderd en voor het overige weinig toe te voegen had.



Nadien was het weer bespreken en afwegen van de opties. We opteerden voor een volgende camping: Aba Huab. Een camping die in menig reisgids wordt genoemd en ook Wessel en Elzebet hadden deze genoemd in hun spervuur aan tips. Aba Huab bleek echter in verval te zijn. De slaapplekken en wasblokken spraken niet aan. Dan maar eens polsen naar de woestijn olifanten. Ook hier hetzelfde verhaaltje: een gids rijdt met ons mee in de wagen en gaat voor ons op zoek naar de dieren. Kostprijs, €80. Ik bleef het afzetterij vinden. Opties om de olifanten te laten schieten en slaapplekken verder weg werden overwogen. In een laatste poging stopten we nog bij het Twyfelfontein Tented Camp. Een vriendelijke man in werktenue, Willy, kwam ons uitgebreid groeten. We vroegen onmiddellijk achter de olifanten. Willy zei prompt dat hij de gids is die wordt geboekt door de overige campings. Hij voegde er aan toe dat hij eigenlijk maar €10 per persoon vraagt, maar dat die camping er prompt een klad geld bijdoen. Veertig euries, nu zijn we aan het klappen! We zeiden uiteraard toe. Willy vroeg wel 5 Afrikaanse minuten om zich om te kleden. Een biertje later stond hij dan ook te glimmen in zijn ranger kostuum, inclusief hoed. Omdat de man zo vriendelijk en loyaal overkwam, wilden we ook verblijven in het Twyfelfontein Tented Camp. Willy legde uit dat de camping nog in opbouw is, maar een spot voor onze jeep was geen enkel probleem. Even later voegde hij er ook aan toe dat er al enkele hutten klaar zijn om te verblijven. We regelden direct twee hutten en werden zo de allereerste toeristen die er zouden overnachten. De achterkant van de slaaphutten beschikten over twee ruimtes. Het slaapgedeelte en de badkamer. Dat laatste was echter onoverdekt waardoor je kon douchen onder de sterrenhemel. Het heeft iets gelukzaligs. Enige nadeel waren de talrijke muggen. De slaapkamer was niet afgesloten en beschikte niet over een muggennet. Een eitje dus voor hen om ons te komen ambeteren. Voor het overige wel een pracht locatie.

Maar ik loop vooruit. Willy zette zich naast Jelle vooraan in de jeep. Hij was eerder zwijgzaam, tuurde in de verte en gaf Jelle af en toe een wegaanwijzing. Op een gegeven moment liet hij de auto stoppen en ging als een volleerd ranger olifantensporen onderzoeken. Het bleken er volgens hem oude afdrukken te zijn. Terug de auto in en op naar een door Willy gekende drinkplek. Daar bleken wel veel olifanten uitwerpselen te liggen, maar van de dieren was geen spoor. Willy nam dan maar mijn verrekijker en spurrte de hoge berg op. Hij deelde ons wel nog effe mee dat we moesten uitkijken. Je weet namelijk nooit waar en wanneer ze tevoorschijn zouden komen. Daar stonden wij dan te wachten. Lang te wachten. Na een tijd zagen we hem dan toch de berg terug afdalen met de boodschap dat er geen olifanten te zien waren. Ik begon eigenlijk te denken dat de man een show aan het opvoeren was.

Willy wist echter nog een plek. Hij liet Jelle de jeep een droge rivierbedding inrijden. We crosten door het zand. In combinatie met de vallende avond, was dat eigenlijk al een topervaring. Je denkt dan dat het niet gekker kan, maar onze excentrieke liet Jelle stoppen, klauterde uit de auto en ging aan het raam hangen. Willy hield met één hand het handvat vast terwijl Jelle tegen 70km per uur door de rivierbedding sjeesde. De zonsondergang naderde toen plots uit het niets de apotheose verscheen. We stonden oog in oog met een familie woestijnolifanten. We parkeerden haast op aai afstand en keken lange tijd naar deze prachtige imposante dieren. Wat een ervaring!



Door het donker crosten we terug door de rivierbedding naar het Twyfelfontein Tented Camp. Willy bleek dus allesbehalve een kwakzalver en was gewoon een lieve geduldige man. Een tip voor iedereen die de regio bezoekt.

Dag 25 – Damara Living Museum



In Windhoek gaf Jelle te kennen dat hij graag een lokale stam zou bezoeken. Op het internet kwamen we te weten dat de meeste kans om dergelijke stammen te bezoeken zich voordoen in Damaraland en meer bepaald richting Sesfontein. Het opzoekwerk leerde ons wel dat er twee verschillende soorten zijn die je kan bezoeken. Enerzijds heb je de verschillende Living Museums. Deze zijn in scene gezet en acteurs laten je zien hoe de traditionele stammen leefden. Anderzijds bestaan er nog steeds rondtrekkende stammen met zijn traditionele gewoonten.

De Living Museums zijn makkelijk te vinden via het internet. Je zoekt het adres op, betaald inkom en laat je leiden door een gids. Traditionele stammen zijn andere koek. Meermaals deden we een rondvraag over de regio waar deze zich zouden situeren. Het blijven nu eenmaal rondtrekkende nomaden dus je kan niet snel een adresje opzoeken. Bovendien moet je bij een traditionele stam wel rekening houden met bepaalde dingen. Maar daarover straks meer. Omdat het niet zeker was dat we effectief een traditionele stam zouden vinden, beslisten we om vandaag een Living Museum te bezoeken. Ons gids Tomothy, zijn Damara naam moet je me niet meer vragen met al die kliks en klanken, leidde ons rond langs de verschillende hutten. Van de smid ging het naar de medicijnvrouw en later naar de vrouwen die handwerkjes maakten. Als afsluiter lieten ze nog zien hoe ze vuur maakten en sloten het bezoek af met een traditionele dans. Dit alles gebeurd in de oude taal, waar je niks van verstaat, en Timothy speelt vertaler. Na de tamelijk korte show werden we begeleid naar de souvenirshop. Deze mensen/acteurs leven vooral van de verkoop van deze souvenirs. Er zaten een pak mooie spullen bij. Achteraf zou echter blijken dat het geen slim plan was om al ons cash geld erdoor te jagen.



Na het living museum ging het naar de Palmwag Lodge voor een, niet zo goedkoop, verblijf van twee dagen. Voordat we Palmwag mochten betreden, werden we gecontroleerd op etenswaren. In deze regio, en later ook in Etosha, is het verboden om dierlijke producten te vervoeren in de regio. Zeker iets om rekening mee te houden. De Palmwag Lodge zelf was een aangename plek om te vertoeven. Deze ligt naast een rivierbedding, maar gezien de droogte was ook hier van water geen sprake. De lodge biedt bovendien ook verschillende tours aan waaronder eentje naar de Zwarte Neushoorns. Het was echter een prijzige bedoening (€140 per persoon) dus dit lieten we schieten. We hielden het dan maar bij een rustige namiddag en avond.
 
Dag 26 – Himba Tribe

Voor het eerst geraakte ondergetekende echt niet uit zijn slaapzak. Het reizen viel me toch zwaarder dan verwacht dus de 5 weken rondtrekken had ik misschien wel een klein beetje onderschat. Maar we moesten nu eenmaal door. Het plan was om in Sesfontein een traditionele stam te zoeken. Van verschillende bronnen wisten we dat we cadeaus moesten meenemen in de vorm van basisproducten zoals meel, olie en suiker. Dit wordt gezien als dank aan het opperhoofd. Voor het overige was het eerder op de bonnefooi in plaats van een uitgekiend plan. Onderweg kwamen we plots uit het niets een ‘tourist point’ tegen. De bordjes zeiden dat men hier ’s ochtends een tour kon boeken om de Damara te bezoeken. Wij waren natuurlijk net te laat daar. Dorthe en Kato trokken hun stoute schoenen aan en gingen op zoek naar locals. Plots stonden ze daar terug met twee vrouwen. Zij riepen er hun zoon Eddie bij. Eddie zei dat hij Himba sprak en ons wou gidsen. Zo gezegd zo gedaan en we zetten de voor ons wildvreemde frêle Eddie bij in de jeep. Meermaals vroegen we wat nu eigenlijk zijn prijs was. Meer dan ‘dat zien we straks wel’ kwam er niet uit. Eddie nam ons eerst mee naar Sesfontein om de nodige basisproducten te kopen. We legden hem ook uit dat we al ons cash hadden opgesoupeerd. In de locale shop probeerden we dan maar cash te fiksen tegen een creditcard betaling. Meer dan N$ 1.000 zat er echter niet in.

Vandaaruit ging het dan verder richting de Himba. De zoektocht duurde niet lang en eenmaal aangekomen begon Eddie direct te discussiëren met twee vrouwen. Pittige tantes met van dat slijk in hun haar, ontbloot bovenlichaam, traditionele kleren en een oranje gloed van een goedje dat ze gebruiken als zonnebrandolie. Het gesprek kwam allesbehalve hartstochtelijk over. Ik voelde me echt een indringer. De afgelopen weken bekeken ze ons wel vaker als een wandelende bankautomaat en dat was hier blijkbaar niet anders. Bovenop de proviand van olie, meel en suiker wilden ze ook gewoon harde cash. Na veel vijven en zessen betaalden we N$200 bij om foto’s te mogen maken. Ondertussen stroomden de andere Himba vrouwen toe. Eddie sprak duidelijk wel de taal, maar veel uitleg naar ons toe gaf hij eigenlijk niet. Het was wat chaotisch en ik denk dat hij het niet veel vaker heeft gedaan dan ons. Na het betalen van de fee werden we wel ontboden bij de medicijn vrouw. In haar lemen hut liet ze zien welke producten ze gebruikten, gaf ze uitleg over het heilige vuur en smeerde ze dat oranje zonnecrème goedje op mijn arm. Terwijl Kato haar zinnen begon te zetten op een adoptiekindje hadden alle Himba vrouwen al hun zelfgemaakte souvenirs uitgestald. De Belgische geldkoeien moesten nu eenmaal gemolken worden.



Ze hadden echter brute pech. Buiten één armbandje van N$ was er gewoon geen cash voor andere souvenirs. Onze vriend Eddie wist nu natuurlijk dat we nog maar N$ 600 over hadden. Was dat toch wel net zijn vraagprijs zeker. Nu, dat is eerlijk gezegd nog spotgoedkoop want een echte tour kost vaak meer dan het dubbele. Ik betwijfel wel of ik er meer voor had willen neertellen. Ik had het er al vrij snel gezien en voelde me maar ambetant bij ons bezoek. Langs de andere kant, wat is de kans dat je ooit nog zo’n stam ziet.

Eenmaal terug bij de woonplaats van Eddie bleken we een groot stuk van de deal te hebben gemist. Eddie ging ervanuit dat we hem helemaal tot Palmwag mee zouden nemen. Dus onze stille gids springt uit de wagen en haalt zijn rugzak. Dat stond echter niet in onze planning. Wij wilden eerst nog de hot springs bezoeken alvorens terug te keren naar Palmwag. Als tussenoplossing beloofden we hem nadien terug op te pikken. Lang moest Eddie niet op ons wachten. We probeerden bij verschillende shops, cafés en campings cashgeld te pakken te krijgen. Allen tevergeefs en uiteraard waren de hot springs betalend. Bovendien begon onze benzine te slinken. We stonden dus snel weer bij Eddie voor de deur. Hij zat nog netjes op dezelfde plek als waar we hem hadden gedropt. Ik vraag me af of hij daar uren zou gezeten hebben, mochten we toch besloten hebben om nog ettelijke uitstapjes te maken. En dus zat ons stille gids weer naast mij. Ik probeerde meermaals een gesprek met hem aan te knopen, maar meer dan dat hij twee weken op vakantie was bij zijn familie en in Palmwag moest zijn voor zijn werk, kwam er niet uit. Aangekomen bij de Palmwag Lodge sprong Eddie zwijgzaam uit de auto en in een safari jeep van zijn werkgever. Rare mens, den Eddie.

Wij dan maar naar de poolbar voor wat food en drinks. Morgen starten we de laatste rechte lijn.

Offline wekke

  • Berichten: 2630
  • Geslacht: Man
Re: Wekke - foto's en verslagen
« Reactie #673 Gepost op: aug 15, 2019, 11:40:11 »
Dag 27 – De poort naar Etosha


 
Van Palmwag ging het naar de Etosha Safari Lodge. Ons verblijf in het Etosha National Park ging pas morgen in. Het is de ideale stop als je het park via Okaukuejo wil betreden. Velen gebruiken de Etosha Safari Lodge ook als uitvalsbasis voor hun bezoeken aan het park zelf. Het is véél budgetvriendelijker (€13,5 per nacht per persoon). Het is trouwens ook een gezellige plek waar je je ’s avonds kan inschrijven voor een BBQ en er live muziek wordt gespeeld. Er zijn echter ook nadelen aan verbonden. Zo moet je elke dag de 28 kilometer naar het park overbruggen. Bovendien kan je ’s avonds niet aan de wereldberoemde verlichte waterholes gaan zitten. Je verliest dus wel wat tijd als je buiten het park verblijft.

Voor ons was het vandaag te laat om nog naar Okaukuejo te rijden en de entrance fee te betalen. We genoten dan ook van de live muziek en cocktails alvorens onze rantsoenen verder op te gebruiken op de camping. Het was ondertussen pikkendonker geworden en ons avondmaal was net verteerd toen er twee campinggasten wat zenuwachtig begonnen ronddolen met hun gsm dienend als zaklamp. De nieuwsgierigheid van Jelle en mezelf was getriggerd. Net wanneer we hun richting uit stapten, stapte er een gigantisch silhouet over het hek van de camping en richting de bosjes enkele meters naast onze jeep. Al heel de trip geraakten Jelle en ik gefrustreerd door het gebrek aan giraffen. Wij deden verschillende tours door giraffen gebied en steeds zonder succes. En nu, out of the blue, stapt zo’n groot imposant dier gewoon de camping op. De giraf had effe besloten dat de bladeren op de camping lekkerder waren dan die buiten de omheining. Jelle en ik gingen door de bebossing nog op zoek naar het dier, maar kozen vrij snel weer het hazenpad. Er waren namelijk geen garanties dat een carnivoor ook niet over dat hek geraakt.

Best wat onder de indruk van dat alles kropen wij de tent in. Het luide gebrul van leeuwen galmde door de nacht.

Dag 28 – Okaukuejo


 
Ochtendstond had vandaag goud in de mond. De wekker stond nog voor zonsopgang zodat we zo snel mogelijk richting Okaukuejo konden. Twee weken geleden namen wij al de beslissing om ons verblijf in Etosha te reserveren. Overal lees je dat de verlichte waterholes indrukwekkend zijn en dat je een verblijf ver op voorrand dient te reserveren. Het was wel effe slikken toen we zagen dat de kostprijs voor 2 bungalows gedurende 2 nachten een kost van €688,77 met zich meebracht. Buiten de vluchten en de jeep was dit onze duurste uitgave van de trip. Maar hey, wat is de kans dat je nog eens terugkomt?
 


Ik heb al vaak Etosha benoemt, maar velen zegt het waarschijnlijk niets. Etosha is één van de grootste natuurreservaten van zuidelijk Afrika en bestaat sinds 1907. Etosha bestaat eigenlijk uit een grote zoutpan omgeven door droge bushgrond. Het strekt zich uit over 55.000 vierkante kilometers. Dat is groter dan Nederland. In het park heb je drie grote toeristenkampen: Namutoni, Halali en Okaukuejo. De kampen fungeren als toegangspoorten naar het wildpark en beschikken allen over een aangelegde waterpoel, shops en verblijfplaatsen (camping en bungalows).

Wij reden dus van Etosha Safari Lodge richting Okaukuejo. Een ritje van 28 kilometer. Enkele kilometers voor Okaukuejo moet je je een eerste keer registreren en aangeven dat je geen dierlijke etenswaren bij je hebt. Vandaaruit rij je door naar het basiskamp zelf. Tijdens de korte rit krijg je al een eerste glimp van zebra’s, antilopen en giraffen. Eenmaal aangekomen in Okaukuejo dien je naar het toeristencentrum te gaan om je entrance fee te betalen. In ons geval betekende dat ook inchecken voor onze bungalow. Aangezien wij twee nachten verbleven, mochten wij direct de entrance fee van 3 dagen betalen. Verblijf je buiten het park dan moet je elke dag betalen. Voorts kochten we twee boekjes om de verschillende dieren te markeren die we konden spotten. Hier stonden ook enkele plannetjes in. Best handig om de verschillende natuurlijke en aangelegde waterpoelen te lokaliseren. Al kom je onderweg ook de nodige wegbewijzering tegen.



Vanuit Okaukuejo reden we eerst naar Pan. Onderweg kwamen we jackhalzen tegen, maar voor het overige viel er weinig op de droge vlakte te bespeuren. We keerden om een reden richting de waterpoel van Nebrownii. Het aantal antilopen en zebra’s viel er haast niet te tellen. Net als de vele safarijeeps. We bleven effe staan en het zenuwachtige gedrag van de antilopen begon op te vallen. Met de verrekijker tuurden we in het rond en zagen het silhouet van een katachtige. De antilopen maakten de drankplaats vrij en gingen op een afstand staan terwijl een troep leeuwinnen met welpjes, samen een dozijn, kwamen drinken. Een tijdlang keken we naar dit spektakel dat in het niets te vergelijken valt met een dierentuin.

Nadien reden we quasi alle waterpoelen tot Halali af. Onderweg passeer je hele hordes antilopen, zebra’s, buffels en giraffen. En toch blijf je uitkijken naar de meer zeldzamere dieren en staar je de hele rit naar alle bosjes en bomen. Als er enkele wagens samen troepen dan weet je dat er iets in de omgeving te bespeuren valt. Zo zagen we al vrij snel de zeldzame zwarte neushoorn. Indrukwekkend dier. Even later, aan Olifantsbad, zagen we ook een witte neushoorn die samen met een Afrikaanse Olifantenstier aan de waterpoel stond. Het leken vanuit de auto wel standbeelden. Stokstijf stonden ze daar. Tot de olifant er genoeg van had en het hazenpad koos. Probleem was dat hij onze jeep als richting koos. Het imposante lijf kwam onze richting uit. Passeerde onze wagen met enkele centimeters en hield halt achter de jeep waardoor we hem niet meer in het zicht hadden. Beangstigend en indrukwekkend tegelijkertijd. Even later zette de olifant zijn weg verder. Loodrecht richting andere wagens die op weg waren naar de waterpoel. Eén van de bestuurders was helemaal de kluts kwijt en begon achteruit te slingeren terwijl de olifant met slome treden zijn richting uitkwam. Gewoon rustig blijven, je wagen opzij zetten en je moment kiezen om hem te passeren. Iets dat wij ook toepasten en na het nodige geduld konden we de olifant voorbij rijden. We vervolgden onze weg en het ontelbare aantal zebra’s, antilopen en struisvogels bleef maar komen. Tot we in de verte iets leken te spotten. Met de verrekijker in de hand zochten we in de verte en zagen drie katachtigen. Duidelijk smaller dan een leeuw. Jelle en ik dachten dat het om drie luipaarden ging. Dorthe en Kato dachten dan weer van niet. Tot de dag van vandaag hebben we nog geen uitsluitsel. We verbleven in verschillende luipaard gebieden, maar hadden niet het geluk om er eentje echt te aanschouwen. Ik blijf dus liever in de gedachte dat ik er toen drie zag… Bij een andere waterpoel spotten we wél weer een koppel leeuwen. Een mannetje en vrouwtje lagen languit te genieten in de zon.




 
Ondertussen begon het al aardig laat te worden. Etosha is een wildreservaat en dat wil ook zeggen dat het enkel toegankelijk is van zonsopgang tot zonsondergang. De poorten van de kampen gaan dan onherroepelijk dicht. Zoals eerder vernoemd, beschikken de kampen wel over een eigen waterpoel. De waterpoel bevindt zich in het eigenlijke park. Enkele meters daarvandaan staat een stenen omheining waarachter het basiskamp zich situeert. Achter de omheining zijn een tribune en banken voorzien zodat de toeristen die in het basiskamp verblijven naar de waterpoel kunnen staren. Zodoende trokken wij met wat wijn en bier naar de waterpoel. Stilte is er een vereiste, maar het is er wel leuk vertoeven. De avond moet nog vallen en buiten een bruine arend is er nog niet veel te aanschouwen. Eens het begint de schemeren komen er eerst twee zwarte neushoorns van het water genieten. De avond valt en een Afrikaanse olifantenstier komt vanuit onze rechtse kans naar de waterpoel. Hij drinkt, overloopt de situatie en laat van zich horen. Blijkbaar het sein voor de hele kudde dat de kust veilig is. Vanuit onze linkse kant komen er 25 olifanten naar de waterpoel. Een prachtig tafereel. Indrukwekkend om van zo dichtbij te bekijken.



Na een paar uur keren we terug naar de bungalow om de bbq aan te steken en een hapje te eten. Het was een vermoeiende dag, maar Jelle en ik keerden nadien toch nog eens terug naar de waterpoel. Genietend van ons flesje wijn keken we hoe een witte neushoorn met een kleintje aan de waterpoel stonden. Plots luidde het gebrul van een leeuw. Een mannetjes leeuw kwam ook zijn deel opeisen. De zogenaamde koning kon niet lang van zijn drankje genieten want daar was weer een imposante olifantenstier die de kust veilig maakte voor zijn kudde. Een dozijn olifanten met tal van kleintjes nam de poel over. De leeuw probeerde nog, maar koos met het nodige gebrul toch het hazenpad. Het sein voor ons om ook ons bed eens te gaan opzoeken. Het griezelige gelach van de hyena’s luidde de nacht in.

Dag 29 – Night drive

Okaukuejo biedt naast de verblijfplaatsen ook verschillende tours aan. Wij beschikten over onze eigen jeep dus de gebruikelijke safari tours langs de waterholes was voor ons geen optie. Wél boekten we voor vandaag de night drive. Het is de enige optie die je hebt als je snachts het park wenst te bezoeken want met eigen vervoer kom je er niet in.
Na de reservatie voor de night drive en de diner in het restaurant reden we het park weer in. We waren er vroeg bij en reden van waterhole naar waterhole tot in basiskamp Namutoni. Onderweg was het weer spotten geblazen. Jackhalzen, giraffen, zebra’s, gemsbokken, struisvogels, springboks, wildebeest, olifanten, witte neushoorn, impala’s en kudu’s. De herbivoren kwamen in zo’n snel tempo dat je haast dacht “nei wer ne zebra?!”. Ook aan de waterpoel van Namutoni was het al zebra en kudu dat de klok sloeg. Het was er wel heerlijk vertoeven. Bankje zitten, genieten van de zon en de stilte met voor je een waterpoel gevuld met drinkende zebra’s. Super toch.
 


Maar ook de leeuwen bleken ons vandaag weer goed gezind. Al bij de eerste waterpoel Nebrownii zagen we een koppel slapen. Wanneer we van Namutoni weer richting Okaukuejo reden was het weer prijs. Enkele leeuwinnen lagen vlak naast de weg te slapen. Enkele meters verder stond er nog een wagen naar de zijkant te staren. We besloten hem vrij snel te vervoegen. Een mannetjes leeuw en een leeuwin lagen op enkele meters van de jeep. Ramen open, motor uit en in stilte naar deze prachtige dieren kijken. Dat was buiten een gezin Franstaligen gerekend. Ze kwamen in snel tempo met hun jeep aangereden, zagen onze jeep staan en gingen dan maar vol in de remmen. Met het nodige lawaai en hun ronkende motor gingen ze foto’s van de dieren nemen. De mannetjes leeuw was hier allesbehalve blij mee. Hij rechte zijn hoofd en je zag hoe hij zijn spieren opspande. Wij deden een raam al maar toe en zette het contact van de jeep snel terug op. Tot een aanval kwam het gelukkig nooit want de luidruchtige idioten kozen er na enkele minuten voor om verder te rijden. De leeuw kon terug ontspannen en zijn slaap hervatten.


 
De tijd vliegt op zulke dagen. Terug in Okaukuejo was het klaar maken, diner verorberen in het restaurant en de safarijeep op voor de Night Drive. Met twee volle jeeps reden we het donkere park binnen. De ranger schijnt met zijn rode lantaarn in de verte op zoek naar dieren. Groepen springboks schuilen laag tegen de grond terwijl er eentje de wacht houdt. Net zoals bij de drives die je overdag doet, zijn de waterholes uiteraard de belangrijkste spots. Je moet ook het nodige geluk hebben. Juiste plek op het juiste moment. Voor ons bracht de night drive niet veel spectaculairs met zich mee. Een olifant en een neushoorn waren lange tijd het enige dat we konden spotten. Tot er een groep hyena’s rond kwamen dwalen. De manier waarop het met hoge bast rondloopt. Maf en griezelig dier zo’n hyena. Als je ooit de kans krijgt om ze te horen giechelen door de nacht dan weet je wat ik bedoel. Na de ontmoeting met de hyena’s ging het alweer naar het basiskamp. Geen erg want het was ijskoud op de safarijeep!



Dag 30 – Windhoek


 
Aan alle mooie liedjes komt jammer genoeg ook een einde. Na het ontbijt en de check-out reden we nog snel langs enkele waterpoelen. Een laatste kans om een luipaard of cheetah van dichtbij te bewonderen. Even dachten we nog geluk te hebben. Verschillende jeeps staarden naar een boom. Zou het dan toch? Helaas, een koppel leeuwen lag onder de boom te slapen en dus niet de gehoopte luipaard op een tak. Al blijven leeuwen natuurlijk ook prachtdieren. Na deze ontmoeting ging het via Outjo naar Windhoek. We verbleven in dezelfde camping als tijdens onze eerste stop in de hoofdstad van Namibië. Toen nog vol enthousiasme over het vervolg van de reis. Nu met heimwee terwijl we de jeep leegmaakten.

De avond werd nog gevuld door alle drank te ledigen en een hapje te eten in het restaurant (de krokodil was véél te pikant) alvorens voor een laatste keer in de daktenten te kruipen.

Dag 31 – Back to Belgium

De ochtend betekende het startsein voor twee lange dagen. Alle spullen die overbleven legden we op de picknicktafel. Hopelijk konen we er anderen een plezier mee doen. Van de camping ging het naar Bushlore om de jeep in te leveren. Alles ging snel en voorspoedig. Het duurde dan ook niet lang voor we op Hosea Kutako, Windhoeks internationale luchthaven, stonden. Met een twee uur durende vlucht ging het naar Johannesburg waar onze groep splitste. Oorspronkelijk vlogen we met z’n vieren terug naar België. British Airways besloot echter om de vlucht van de meisjes met een dag te verlaten. Zij trokken nog voor één dag naar hun stageplaats en konden afscheid nemen van alle medewerkers die ze de voorbije maanden hadden ontmoet. Jelle en ik vulden dan weer de wachttijd voor onze volgende vlucht. In de avond was er dan vlucht nummer 2: Johannesburg naar Londen. Een vlucht van 10,5 uur op een dubbeldekker van Boeiing. Indrukwekkend machien! Als je in de ochtend aankomt op Heathrow heb je het wel gehad met al dat reizen. Tot overmaat van ramp mag je dan nog twee uurtjes wachten voor je naar Brussel vliegt. Moe, stinkend en uitziend als een zwerver was ik blij dat ik eindelijk op Zaventem stond en Sammy en Sam, de ophaalservice van dienst) zag. De terugreis is er altijd teveel aan, maar wat een absoluut topverlof!

Outro

Mooiste vakantie die ik tot nu toe heb gemaakt. Dat was het gevoel toen en dat is het nu nog steeds. Er komt wat voorbereiding bij kijken als je zoals ons alles zelf wil regelen, maar je krijgt er wel de vrijheid voor in de plaats om te doen en laten wat je zelf wil. Achteraf bekeken, denk ik dat we er alles hebben uitgehaald. Natuurlijk had ik graag een witte haai een zeehond uit het water zien plukken nabij Cape Cross of een cheetah een springbok zien achtervolgen in Etosha, maar dat zou een duizendste geluk zijn geweest. De keuze om Namibië via het binnenland te benaderen bleek uitstekend. De rust en de ongelooflijke vergezichten staven dat. Het landschap verandert ook meer dan dat je de hele kustlijn volgt. Hoogtepunten waren er in overvloed. Dieren spotten, de Dune 45 opwandelen, het uitzicht vanop de Tafelberg, Kolmanskop, quad rijden en sandboarden, … Teveel om nog eens te overlopen. Onze vijf weken waren goed gevuld en er werd voldoende rekening gehouden met rustmomenten. Hoe je het ook draait of keert, een doorreis is best vermoeiend. Ik raad je dan ook niet aan om dezelfde weg in minder tijd af te leggen. Je zal dan teveel keuzes moeten maken. En de vraag die vaak op anderen hun lippen brandt: quanta costa? Er werd €3.500 geraamd en het werden er €3.600 (zonder inentingen en bezoekjes aan den dectahlon). Schappelijk voor zo’n prachtige vakantie. Want ik raad iedereen Zuid-Afrika én in overtreffende trap Namibië aan!

Offline onzemichael

  • Berichten: 7
Re: Wekke - foto's en verslagen
« Reactie #674 Gepost op: aug 15, 2019, 13:40:11 »
Ziet er goed uit! :D